Bevrijdingsdag 2005

Dit jaar, 60 jaar na de bevrijding, sprak Z.K.H. de Prins van Oranje, Prins Willem–Alexander, de hoofdredevoering uit tijdens de viering in ’s-Hertogenbosch. Hij spreekt over de verzetsman en journalist H.M. van Randwijk, die enkele dagen na de bevrijding schreef: ‘Vijf jaar lang was het venster van mijn buurman, aan de achterzijde van de tuin, verduisterd. Nu straalt het licht naar buiten en daarachter weet ik al die intieme huiselijkheid, heel die kleine geborgen wereld vol goedheid en goede degelijkheid, waaraan ons volk bekend is in de wereld en waardoor wij in de barre chaos die achter ons ligt, mede zijn staande gebleven. Daar ligt onze beperktheid en onze grootheid. Er klinkt orgelmuziek. De gedragen melodie van een oude Hollandse psalm…’

Hoe komt het, dat president Bush naar Margraten komt? Omdat hij de sfeer die Willem-Alexander oproept met dit citaat (van van Randwijk) waardeert. En omdat de Amerikaanse president Nederland als trouwe bondgenoot ziet. En waarom is Nederland een trouwe bondgenoot? Omdat ‘Nederland’ de slag om Arnhem, de invasie in Normandië, Airborne (Oosterbeek) niet vergeet, maar dankbaar herdenkt.

Ik denk over enkele zinnen van de prins nog na:
– Als hij mijmert over zijn hopelijk oude dag, hoe zijn land er uit zal zien: “Het zal, hoe dan ook, een land met vele culturen zijn. Dat is altijd de kracht van Nederland geweest, de kracht die gedurende de Tweede Wereldoorlog door het monster van de monocultuur zo op de proef werd gesteld.”

– Als hij mijmert over Bevrijdingsdag 2060: “Laten we zorgen dat de Tweede Wereldoorlog niet vergeten wordt in het museum van het verleden, als het vijfjarige broertje van de Tachtigjarige Oorlog.”

– Als hij nadenkt over de ‘weerbaarheid’ anno 2005: “De wereld heeft na het einde van de Tweede Wereldoorlog nog geen dag zonder oorlog gekend. Vrede en vrijheid zijn nooit vanzelfsprekend geweest. Wij vieren onze vrijheid al zestig jaar. Voor de meeste Nederlanders van na de oorlog is vrijheid net zo gewoon als schoon water uit de kraan en droge voeten in de polder: we merken pas hoe kwetsbaar we zijn als het water uit de kraan vervuild is en de dijken op springen staan. Mijn generatie, die de oorlog niet heeft meegemaakt, viert haar vrijheid zonder ooit onvrijheid te hebben ervaren. We zijn een, in dit opzicht, niet geteste generatie. De vrede staat als een muur om ons heen, we raken pas in paniek als het dak brandt en de muren instorten en al die vanzelfsprekendheden opeens verdwenen zijn. Wat zijn we dan waard?”

Ik vind deze eerste, belangrijke toespraak van de prins mooi en ik wens u goede ‘na-gedachten’ hierover toe. En dat wij nog steeds meedoen met een oude Hollandse psalm… Dat is vrijheid, dat je opveert, de ander serieus neemt, je eigen gedachten formuleert, zonder dat iemand die neerslaat…

Ds. Scheltens