Bidden, omgang in geloof

Als je denkt aan de grootheid van Gods daden in zijn schepping, de aarde, de zee en niet te vergeten het heelal, dan wordt het nog wonderlijker, dat je zomaar met God kunt spreken. Wonder boven wonder mogen wij die God ‘Onze Vader’ noemen. Vertrouwelijk de Here God deelgenoot maken van onze meer persoonlijke gevoelens, gedachten en geestelijke omzwervingen.

Je kunt zo druk geweest zijn, dat je de dag sprakeloos eindigt. De accu kan helemaal leeg zijn. Dan kan ‘s morgens, als de accu opgeladen is, de taal misschien weer gevonden worden om met God om te gaan.

Zou vermoeidheid de enige oorzaak zijn, dat het gebed hapert?
Komt ons gebed verder dan ons plafond?
Zulke gedachten komen op bij iedere generatie.

De discipelen van Jezus vragen: leer ons bidden.
Als ik goed begrijp leert Jezus vooral geloofwaardigheid belangrijk te vinden.
Als je bidt voor zending, wil je dan ook zelf in woord en daad getuige van de Heer zijn?
Als je van Jezus leert bidden ‘Uw Koninkrijk kome’, wil je dan jezelf ook inzetten voor dat Koninkrijk?
Wat doe jij voor de kerk en in de wereld met de gaven die God je schonk?

Jezus leed onder de geloofwaardigheid: “Vader, laat deze drinkbeker Mij voorbijgaan, maar niet mijn wil, maar uw wil geschiede.”.

Hij wilde liever niet lijden, maar vertrouwde erop, dat Hij hoe dan ook er met God goed uit zou komen.
Wie bidt voor iemand die er beroerd aan toe is, kan soms door de eenvoudige oogopslag van die ander dankbaarheid proeven en de eigen machteloosheid zien krimpen.

Ds. Scheltens