Bij Oudejaarsdag 2003

In het afgelopen jaar hebben velen van ons verdriet gekend door ziekte en spanning. Dit jaar zijn we vaak bepaald bij het sterven van een gemeentelid. Iedere keer overrompelt het ons weer. De dood wordt ‘laatste vijand’ genoemd.

En wat is de dood een akelige vijand, die ons uit handen haalt wat ons dierbaar is. Maar wonder boven wonder mogen we belijden, dat de dood ons niet uit Gods handen haalt. Sterker dan ooit worden we dan erbij bepaald, dat God ons niet uit handen laat vallen, maar ons in handen houdt en krijgt zoals nooit te voren. De levensgeest wijkt van ons aardse leven, maar gaat terug naar onze Schepper, van wie we juist dan merken hoe trouw Hij is. Meer dan andere helpers kunnen helpen helpt Hij. Wie ons ontvalt, vertrouwen we helemaal toe aan Gods handen. Dat is een bijzonder geloof, dat niet uit mensenharten opwelt.

Het komt tot ons in de gestalte van Jezus, die ons vertelt over het Vaderhuis met de vele woningen, waar voor ons wordt plaats bereid. Paulus zoekt voor dit geheimenis naar de betekenis van een lauwerkrans. Die ligt klaar voor ons en is gesteld op de naam van Christus, die de dood heeft overwonnen. De Opgestane Heer brengt eigenhandig die krans om onze schouders: teken van overwinning waarin wij mogen delen. Zo communiceert Paulus het geheimenis, dat wij niet met ‘dood is dood’ te maken hebben maar met leven door de dood heen.

In een oud gebed zegt de Kerk: ‘Toen de nacht haar diepste punt bereikt had en de stilte bezit had genomen van de wereld, daalde uit de hemel de Zoon van God naar de aarde en werd mensenkind.’
Juist in dat uur van sterven, van de laatste adem uitblazen, dat eenzame moment, juist dan is de Zoon van God er om ons te groeten met het licht van de heerlijkheid. Een welkom, een reünie, een kostelijk gebeuren rond een gastheer die zo boeiend is, dat tijd overgaat in eeuwigheid…

Moge de Heer ons door zijn Geest in dat geloof laten groeien, zodat ons geloofsvertrouwen sterker wordt.

Ds. Scheltens