Bij Oudejaarsdag 2004

In het afgelopen jaar is de onrust over onze toekomst toegenomen. Er is sprake van angst over de terroristische aanslagen op bekende en vooraanstaande Nederlanders of gevoelige plekken in onze welvaartsmaatschappij.

Het heeft alles te maken met de nieuwe kant van geweld en onveiligheid, waarvan “11 september” het kenmerk is geworden. Er zijn ook in ons land hoge hekken gekomen om de ingang naar ministeries te bemoeilijken. De Tweede Kamer is een vesting geworden en nog zijn er Kamerleden die niet of nauwelijks in het parlement durven te zijn.

De extremistische organisaties uit het Midden-Oosten en Afghanistan presenteren zich met een moslimsgeloof. Maar als je moslims hoort is het doden van onschuldigen ook in hun ogen verwerpelijk. Hoe dat dan zit met autobommen en zelfmoordcommando’s is een raadsel. Want dat speelt ook mee: de moeilijke situatie tussen Israëli’s en Palestijnen (gescheiden door hek of muur). Er komt een gevoel van lotsverbondenheid boven. Dat gevoel uit zich niet zo zeer in (diaconale) solidariteit, maar in politieke en ideologische verbondenheid. Dat komt m.i. in de publiciteit niet zo ter sprake.

Wat kunnen we daaraan doen? Ik denk: contacten leggen via plaatselijk overleg tussen kerken en moskeeën. Ook is er de mogelijkheid om tussen scholen en buurten meer contact te leggen. De plannen gaan gelukkig ook in Ede voort. De “waarden en normen”-discussie staat op de rails. En mede door leden van onze kerk wordt de vinger aan de pols gehouden.

Wat ik niet zo’n goede zet vind? De kanselboodschap van de Protestantse Kerk in Nederland zegt: ‘Voor moslims en alle andere gelovigen is plaats in onze samenleving en niet pas als ze hun geloof hebben aangepast.’. Natuurlijk vind ik ook dat er plaats is in Nederland voor allen die hier een wettig verblijf hebben en zich houden aan de wetten, door te doen wat behoort en na te laten wat niet behoort. Maar “aanpassing” (ook van geloof) aan Nederlandse waarden en normen is wel nodig. “Haat roept haat op”, zegt de koningin en met vergelding schiet je niets op. Dat hoor je hier meer dan in het Midden-Oosten. Je mag hier leven met een verregaande vrijheid van godsdienst. Dat is in vele delen van de wereld niet zo goed mogelijk als hier. Maar je storen aan een ander en dat zo ver laten gaan, dat je een bedreiging vormt voor rust en veiligheid, dat mag niet. En in sommig moslimgeloof is wel eens een militant machtsdenken te sterk ontwikkeld. Daar mag een kerk best wat van zeggen.

Wat mij betreft mag de kerk ook best een oproep doen aan haar leden om meer ernst te maken met het geloofsvertrouwen in Christus die voor ons ook (misschien wel: juist) een gids is in onrustig vaarwater. Het “oordeelt niet” is tot de minder bekende woorden van Jezus geworden. Dat is jammer. Want de waarschuwing is duidelijk: wie meet met een maat zal met diezelfde maat ook zelf gemeten worden. En wie kan dan bestaan? “Jezus, ga ons voor op ons levenspoor!”.

Ds. Scheltens