Breken van het brood in een gebroken wereld

Op deze zondag wordt het brood gebroken en gedeeld tot de gedachtenis van Christus. Wat een mooi gebaar van de Heer, die Zich uitdeelt, opdat wij nooit buiten Gods liefde vallen. Dat is niet iets automatisch, maar genade! En die genade komt niet automatisch, maar door Christus. Zo leert ons de Bijbel.

Wat is dat mooie gebaar van Jezus (voor de kerk van alle plaatsen en tijden) toch een schrille tegenstelling tot dat vreselijke gijzeldrama in dat schoolgebouw in Beslan in Noord-Ossetië, Rusland. Woensdagochtend werden honderden kinderen en ouders gegijzeld door vijftien tot veertig terroristen. Juist die woensdag begon het schooljaar. En dat wordt in Rusland als een feestelijk hoogtepunt gezien. Ouders en kinderen kleden zich er netjes voor aan… En dan dit.

Wat moeten die kwaaddoeners toch een verminkt geweten hebben. Als je zelf geen kinderen of kleinkinderen hebt, dan weet je van anderen wat het is om je kind door een ziekte of een ongeluk te moeten verliezen. En als je het zelf hebt meegemaakt…, “dan wens je het je ergste vijanden niet toe”, zeggen ze wel eens.

En toch vieren we in Lunteren Heilig Avondmaal. Dan kan alleen maar, omdat je weet, dat Gods trouw niet omslaat door onze ontrouw. Want ontrouw worden aan Zichzelf kan God niet, zegt de apostel Paulus. Maar reken maar dat Gods ontferming uitgaat naar het verdriet en de spanning, daar in Beslan.

En u weet, dat wij ook in de kerk onze verbondenheid met de nood van de wereld kunne brengen in gebed tot God. Wij vieren geen avondmaal met voorgaan aan de nood in de wereld. Wij vieren avondmaal door in de collecte voor de diaconie altijd (extra) betrokken te zijn op de nood van de wereld. Diaconie ontspringt aan de avondmaalstafel. Lees 1 Corinthiërs 11 er nog maar eens op na.

En zo vieren wij avondmaal: verenigd door Christus en verenigd in gebed om de nood van de wereld, dichtbij en veraf. Wij ontvangen het gebroken brood in een gebroken wereld. Wij ontvangen dat brood om niet te berusten in het kwaad, maar om zonder matheid en in hoop te werken aan gerechtigheid. En als we daarmee bezig zijn, lijkt succes niet altijd voor het opschepen. Maar de steun van Gods Koninkrijk hebben we dan wel in de rug. Dat is om zuinig op te zijn.

Ds. Scheltens