De Armeense genocide

 

Tijdens mijn eerste studietijd in Jeruzalem (in 1999) waren er ’s morgens lezingen en ‘s middags excursies. We hadden geen bus, we liepen alles af.

En zo kwam ik rustig slenterend door de oude Arrmeense wijk in Jeruzalem op weg naar de Armeense patriarch. De Armeense kerk heeft veel weg van een Oosters-Orthodoxe kerk, maar gaandeweg heb ik de verschillende lampen leren onderscheiden. In de Geboortekerk te Bethlehem zijn alle lampculturen naast elkaar aanwezig!

Column 20160604.1

Armeense kerk in Jeruzalem

Als je rustig loopt, zie je veel meer dan dat je in een bus van bestemming naar bestemming wordt gebracht.

Onderweg naar de kerk van de Armeense patriarch zag ik grote plakkaten met een landkaart van Armenië hangen tegen een muur. Daar zag ik voor het eerst de herinnering aan de Armeense genocide van 1915. Op al die plakken stond in grote letters het getal 1,3 miljoen. Ik wist niet wat ik las.

Later ben ik op reis geweest met een bevriende collega door Turkije. We hadden allebei een reisgids gekocht. En we lazen elkaar voor uit onze boeken. Opeens concludeerde ik: de Turken hebben de Grieken eruit gegooid en de Armeniërs vermoord.

Het parlement van Duitsland heeft nu een motie aangenomen met een veroordeling van deze Armeense genocide uit 1915/16.

Tijdens het debat in de Bondsdag afgelopen donderdag werd duidelijk gemaakt, dat de genocide van nazi-Duitsland op de Joden in bezet Europa nooit mag worden vergeten. En ook dat tijdens de genocide op de Armeniërs een eeuw geleden de regering van de Duitse keizer in Berlijn de alarmerende berichten van Duitse diplomaten ter plekke naast zich neerlegde.

De plaatsvervangende fractieleider van de CDU/CSU Franz Jung, vroeger minister van Defensie,  zei donderdag: ‘We maken ook de medeverantwoordelijkheid van het Duitse Rijk duidelijk, destijds de voornaamste militaire bondgenoot van het Ottomaanse Rijk.’

Column 20160604.2

Erkenning nu, zegt dank – Armeniërs in de Bondsdag

Turkije is meteen als door een wesp gestoken.

Luisteren naar de achtergrond en motivatie om deze dingen aan de orde te stellen en er niet steeds met een vergoelijkende boog omheen te lopen, is blijkbaar moeilijk.

Wat mij zo opvalt in de Duitse manier van spreken, is de verbinding van eigen nalatigheid met betrokkenheid.

Dan valt het oog niet meteen op de schuldvraag.

En dat is in onze tijd zo sterk geworden, dat je goed of fout bent en als je fout bent, dan ben je te veroordelen. Zo komt de schuldvraag te veel in de schijnwerpers te staan. En het uitspreken van schuld kan in een kramp doen schieten van zelfverdediging.

En waar gaat het dan nog over?
Over beschuldigen en verdedigen.

En de zaak waarom het gaat raakt op de achtergrond.

Psalm 139 raakt dit geheim aan.

Door te stellen: ’dieper dan ik mezelf ken, kent U, o God, mij’.

Kennen, daar gaat het om.

Geen vreemdeling worden of blijven in Gods Koninkrijk!

Weten, dat je in goede handen bent, ook.

Weet hebben van, daar gaat het om.

En dan vanuit de ontferming, dat we een stap verder kunnen komen.

Psalm 139 zegt: ‘U legt uw hand op mij’.

Dat is erkennen. Dat is een relatie onderhouden: we laten elkaar niet vallen.

En daar begint God mee en zo kunnen wij leren van Hem, hoe dat werkt.

Dat relatie-denken, met het geheim van verzoening, daar kunnen we wat van leren.

Zo vind je in de Bijbel aanknopingspunten voor recht en rechtvaardigheid, soepelheid en koersvastheid.

Ds. Wim Scheltens