De tsunami

Tweede Kerstdag: een ‘zeebeving’ door een tsunami in Zuidoost Azië met in Indonesië, India, Thailand, Somalië en op Sri Lanka vreselijke rampspoed. Donderdag was er de grote actiedag met radio en televisie en een radioconcert met duizenden mensen op de Dam in Amsterdam. Wat goed dat Nederland als één man pal staat voor hulp en opbouw. Onze ZWO contacten in India mogen hun inzet bekroond weten door onze steun.

Kun je begrijpen, dat zo’n stormvloed aan komt rollen? Huizen, vrachtwagens, treinen worden omgelegd als kaartenhuizen. Wat hebben we niet een beelden gezien van mensen die zich niet meer konden losmaken van die kolkende zuigkracht van het machtige water.

De woorden ‘zeebeving’ en ‘tsunami’ liggen niet voor in de mond. Maar na Tweede Kerstdag kennen we ze allemaal. ‘Tsunami’ staat voor ongekende en onvoorstelbare kracht. Een meisje had erover gehoord op aardrijkskundeles, ze waarschuwde haar ouders, en die alarmeerden het hotel, zodat het op tijd geëvacueerd kon worden.

Wat is het goed als er mensen zijn die op tijd kunnen waarschuwen. Daar mag je – temidden van alle verslagenheid – dankbaar voor zijn. Maar hoe kun je je dankbaarheid uiten, als je er niet bij opgevoed bent? En hoe, als je er wel bij wilt opvoeden, maar er is geen levende kerk, die je daarbij helpt?

Het kerk-zijn is een springplank voor diaconale en werelddiaconale hulp. Als het plaatselijke kerk-zijn goed functioneert, kan het naar buiten toe zich ook dienstvaardig opstellen. Zo komen het functioneren van de kerk naar binnen en naar buiten ergens samen: tot eer van God, tot heil van mensen, en tot vreugde van allen die de verschijning van de Here Jezus hebben liefgekregen.

Laten we in dat spoor voortgaan, zonder de samenhang tussen kerk-naar-binnen en kerk-naar-buiten uit het oog te verliezen. Een tsunami is een kracht die vernielt. Laten we hopen, dat de secularisatie die ook ’n spoor van vernielingen achterlaat ons niet beet krijgt.

Ds. Scheltens