Dietrich Bonhoeffer: bidden en rechtdoen aan mensen

 

 

Column 20150411Plaquette op Sondershauserstr 50, Berlin-Lichterfelde, Dietrich Bonhoeffer Gemeindezentrum

Op donderdag 9 april was het zeventig jaar geleden, dat Dietrich Bonhoeffer omgebracht is in het concentratiekamp Flossenbürg.  Op bevel van nazi-leider Hitler zelf werd Dietrich Bonhoeffer in de ochtend van die 9 april opgehangen.

Jaren later gaf kamparts H. Fisher-Hüllstrung een verslag van Bonhoeffers laatste ogenblikken. Voordat die zijn gevangeniskleding uittrok, zag de arts hem neergeknield in een innig gebed tot zijn God, zeker van verhoring. ‘Op de plaats van terechtstelling zei hij nog een kort gebed en beklom daarna moedig en kalm de trap naar de galg. De dood volgde na een paar seconden. In de bijna vijftig jaren die ik heb gewerkt als arts heb ik zelden een man zo vol overgave aan God zien sterven.’

Prof. den Hertog (Apeldoorn) maakt in het ND van 9/4’15 ons attent op een onbekendere uitspraak van Bonhoeffer: “Alleen wie het gebod van God hoort en doet, vangt er het getuigenis van Christus in op.”

Bij Bonhoeffer staat twee gedachten naast elkaar: bidden en recht doen aan mensen. Dat doet mij denken aan Psalm 25, waarvan vers 10 zingt:

“Mogen mij toch steeds behoeden vroomheid en waarachtigheid.

Hoopvol is het mij te moede, U verwacht ik t’ allen tijd.”

Jaren geleden heb ik gemerkt in de DDR (Oost-Duitsland), hoe teksten van Bonhoeffer inspirerend zijn geweest voor de christelijke bezinning op een levenshouding in een totalitaire staat.

De liefde van God die kleur geeft aan zijn verbond en zijn kracht, die ontfermend en helpend zijn – dat heeft Bonhoeffer sterk benadrukt.

Macht en geweld kunnen juist vanuit die liefde van God worden gekenschetst als onaanvaardbare elementen in Gods Koninkrijk.

Zijn grootste, onafgemaakte en moeilijkste boek is het boek dat in het Nederlands verschenen is onder de titel ‘Aanzetten voor een ethiek’ (2012).

Het is kenmerkend voor Bonhoeffer, dat hij zijn denken  inzet op ‘bestrijding van het kwaad’.

De grootste kracht van het kwaad, de kwade, is om de mens tot handlanger te maken. En dat lukt vaak op even sluwe als verstrekkende wijze.

Daartegenover stelt Bonhoeffer, dat de mens geroepen is om bondgenoot van God te zijn, die ons Christus geeft als de Goede, die goed doet, goed maakt en tot het goede motiveert.

Hij maakt dit ethisch toepasbaar met de uitspraak: “Stilte oog in oog met het kwaad, is kwaad. Niet spreken is spreken, niet handelen is handelen.” (In eenSGP- nota uit december 2014 over geloofsvervolging is dit het leidend motto.)

Zijn boek ‘Verzet en overgave’ is het meest bekend. Het zijn vooral brieven, maar ook  gedichten en preken vanuit de gevangenis. Juist zijn brevier, meditaties, columns en gebeden zijn in allerlei handzame boekjes verschenen. Het is een boeiend  verschijnsel, dat ook in onze tijd (ook jonge) mensen daardoor geïnspireerd worden.

De Bondsrepubliek Duitsland heeft al gauw na de oorlog Bonhoeffer als een grote zoon gezien. We hebben hem vooral in het nazitijdperk leren kennen om hem na de oorlog niet te vergeten. Het Duitse volk moet zijn grote zonen niet vergeten!
Daarom is er een postzegel aan hem gewijd.

Zodat de post van alledag even herinnert aan hem, die scherp zag.

 

Column 20150411,2

Ds. Scheltens

PS. We bereiden voor de zomervakantie een ‘evensongdienst’ voor met liederen, die Dietrich Bonhoeffer ook gebruikt heeft.