Drie discussiepunten

Eind deze week heeft de synode van de Protestantse Kerk in Nederland in Lunteren vergaderd. Vorige keer had ik in de column iets gezegd over dat rapport van prof. van der Kooi en prof. van den Brink, ”Brandpunten in de verkondiging”.

Vorige week heb ik dat toegespitst op ‘helder preken’. Ter synode bleek dat niet de bedoeling te zin: het gaat om verkondigende in het huisbezoek op de catechese en ook zondags in de kerk. In het dagblad Trouw van donderdag jl. stond een stukje geschreven, waarin naar voren kwam: het is een orthodox verhaal, maar niemand zal er iets mee doen. Wat mij betreft gaan we er wel wat mee doen.

Om te beginnen zijn de 4 thema’s goed gekozen: 1. schepping en eerbied, 2. kwaad en hoop, 3. openbaring en vertrouwen, 4. gemeenschap en transformatie.

Wellicht wordt 1: ‘schepping en verwondering’.

Enkele punten uit de discussie die me opvielen.

Er zijn drie concrete punten in het rapport genoemd: censura morum, kerkvisitatie en doop door onderdompeling in een doopbassin in nieuw te ontwerpen kerken.

1. Bij de censura morum kunnen bezwaren tegen belijdenis en wandel van kerkenraadsleden bij de kerkenraad worden ingebracht, die door de kerkenraad worden behandeld. Het kan hierbij slechts gaan om gevallen waarin openlijk ergernis is gegeven, waardoor de Naam van Christus te schande wordt gemaakt. Over het hart oordeelt de kerk niet. De rapporteurs schrijven: “Censura morum is niets minder dan handhaving van een gedragscode, de code die gegeven is met de verzoening van Jezus Christus. Als conflicten onder tafel en onbesproken blijven, als het avondmaal gebruikt wordt om niet te hoeven praten, wordt de tafel van de Heer bezoedeld. De opdracht tot heiliging en christelijk leven kan betekenen dat een kerkenraad besluit het avondmaal in gegeven omstandigheden niet te vieren en eerst een weg van gesprek en verzoening aan te gaan.”

Ik vind dit een goed punt!

2. Kerkvisitatie is dat ambtsdragers uit de provincie komen op huisbezoek bij de kerkenraad. En dit rapport wil eigenlijk, dat gekeken wordt of de kerk zich goed aan haar roeping houdt. Dat vinden sommige ter synode te ver gaan. Een geloofsgesprek is beter, werd gezegd. De rapportschrijvers willen meer onderling opzicht en toezicht.

Dit punt vind ik minder belangrijk, omdat ‘huisbezoek’ bemoedigend moet zijn.

3. Doop door onderdompeling in een doopbassin heeft veel publiciteit gehad. Er is ter synode om gelachen. Niemand zag dit in het verlengde van de belevingshype. Dopen is helemaal Gods werk en dat gaat onze pet te boven. Beleven kunnen we in de lofzang, in de avondmaalsviering, in het belijden van ons geloof in woord en daad.

Een zwembad in de kerk vind ik niet nodig: water is een voorbeeldig middel en we eten bij het avondmaal toch ook geen heel brood op.

Het mooie, is dat we deel hebben aan één Heer en aan het ene heil en daarom krijgen we iets van dat ene brood en drinken we uit één beker! Tot eer van de Heer!

Ds. Scheltens