Een glimp van geloven af en toe

 

Het geloof was er gewoon niet bij hem. Maar alles is anders geworden na het overlijden van zijn moeder. Hij vertelt op de radio: “Die uitvaart, dat moet je de katholieken meegeven, dat kunnen ze ontzettend goed. In die tijd heb ik voorzichtig het idee toegelaten dat het geloof niet krankzinnig is”.

 

Stephan Sanders

Het gaat over Stephan Sanders. Hij is een veelzijdig journalist en ik ken hem een beetje van het radioprogramma ‘Met het oog op morgen’. Hij heeft een bijzondere stem. En mij blijkt nu, dat hij ook een bijzondere pen heeft, zoals dat heet.

Hij schrijft: “Ik zeg soms ‘God’, om te oefenen. Ik neem het woord ‘God’ in de mond, om te zien of ik het woord kan uitspreken zonder te giechelen. Maar ik ben geen groot God-zegger, wat dat betreft waardeer ik de joodse traditie, die de Naam niet uitspreekt. Anderzijds: het christendom kent de God-mens, Christus, en het spreekt me zeer aan dat het menselijke niet vreemd is aan God. Die God, die in en door mensen wordt gevormd, van wie Gerard Reve zegt ‘dat U in diepste wanhoop mij zoekt, net zozeer als ik U’, dat is de God die mij voor ogen staat.”

Afgelopen woensdag gaf Stephan in het dagblad Trouw een maandelijks verslag van zijn geloven. Hij is opgegroeid in een kindertehuis, geadopteerd en gedoopt, maar het geloof heeft hem lange tijd niets gezegd.

Hij schrijft: “Meer dan een jaar mag ik mij nu een kerkganger noemen, en dat kerk gaan gebeurt bij voorkeur elke zondag. Het is een paar keer voorgekomen dat het mij niet lukte, en ik voelde me daar nog ongelukkiger over dan wanneer ik mijn personal trainer af moest zeggen bij de sportschool. Ik maak de vergelijking, om ook de atheïst enig zicht te bieden op de diepgang van mijn geloof.”

Het is opmerkelijk om zo’n signaal in deze tijd in de krant te lezen. De kerkgang op zondag geeft structuur. Het is een medicijn tegen eenzaamheid en te ver doorgevoerd individualisme. Je loopt de kans iets te beleven, wat uniek is.

Vorige week was ik gastpredikant in een kerk, waar de kindernevendienst het had over 5 broden en twee vissen. De vraag was, of ik even voor de zegen eerst aan de leiding van de kindernevendienst het woord wilde geven. En de kinderen kwamen met grote schalen toastjes aanzetten. Het ging over de broden en vis en daarom hebben ze bij de kindernevendienst gedacht: we combineren brood en vis door een toastje te maken met tonijnsalade voor bij de koffie na de dienst.

Iedereen was blij verrast en er klonk een spontaan applaus. En ik gaf aan, dat je vanmorgen toch echt niet had kunnen denken, dat je naar de kerk zou gaan en dan ook nog tonijnsalade zou krijgen. Zo zie je maar, hoe verrassend de kerk kan zijn.

Kerkgangers op het kerkplein

Voordelen

Stephan Sanders gaat verder: ”Je hoort er weinig over, maar er zijn vele voordelen verbonden aan regelmatig kerkbezoek. Het zorgt voor een weekstructuur; ook als het zondagochtend regent, trek ik nog liever mijn poncho aan dan niet te gaan. Ik vind regenkledij een van de vloeken van Nederland, maar wie wil fietsen, moet eraan geloven. De zondag, we weten het uit de literatuur, is een wezenloze dag, waar de verveling en de doelloosheid ongenadig toe willen slaan, zeker bij ongelovigen die uit baldadigheid dan maar gaan brunchen. Ook in het seculiere Nederland, waar de Dag des Heren van de Here is ontdaan, blijf je de amputatie voelen. Hier het goede nieuws: Je kunt die amputatie ongedaan maken. Je hoeft niet te blijven hinkepoten.”

Amputatie ongedaan maken

Ik moet eerlijk zeggen, dat deze zinnen bij mij blijven haken. Je kunt de dag des Heren ontdoen van de Here God, maar je kunt die amputatie ook ongedaan maken.

Wat een fijnzinnige analyse van onze tijd met krimpend kerkbezoek, afnemend vertrouwen en groeiende ontevredenheid en boosheid.

Johann Sebastiaan Bach

Levenslange traditie

Stephan: “Wel ken ik de bijna levenslange traditie van de gang naar een uitvoering van de Matthäus of Johannes Passion. Vanaf mijn zesde in zaal of kerk, vanaf mijn twaalfde met partituur op schoot. Vroeger zei ik: “Het enig reële Godsbewijs ooit geleverd, is Bach”. Of nog geestiger: “Als iemand veel te danken heeft aan Bach, is het god wel” (kleine letter!). Het is een eindeloze discussie, elk jaar wederkerend, gelijk Pasen. Is de niet-gelovige in staat die Passies even diepgaand te ervaren als de christelijke toehoorder? De niet-gelovigen bezweren uitdrukkelijk van wel – ik zeg uitdrukkelijk, omdat het door de telkens herhaalde verzekering lijkt of er iets aan ze knaagt. Ik geloof ze op hun woord. Misschien een idee om dat omgekeerd ook eens te doen. Wat ik nooit begrepen heb, ook niet in mijn lange, ongelovige tijd: hoe kan je nu zo’n Passie beluisteren, en, al is het maar voor de duur van zo’n uitvoering, even niet gelovig worden? Je vangt toch een glimp op van dat geloof, je raakt bevangen.”

Een glimp geloof

Of het nu de muziek van Bach is of de kerkdienst – houd dat vast: als je erheen gaat, kun je een glimp van God opvangen. Helemaal alles weten en begrijpen is te veel van het goede.

Een glimp zien, soms even, dat is al heel wat!

Goede zondag gewenst!

Ds. Wim Scheltens