Een week vol indringende herinneringen

Het was deze week heel indringend aanwezig: verdriet om het moeilijke in ons leven.
Vanaf zondag werden in Amsterdam en in Westerbork de namen gelezen van 102.000 omgebrachte Nederlandse Joden in de Tweede Wereldoorlog.

Dinsdag was er een bijeenkomst in de Ridderzaal te Den Haag om de slachtoffers van de tsunami te herdenken. Een moeder en een vader spraken ontroerend.

Woensdag was er een begin van de rechtszaak over de moord op Theo van Gogh. Donderdag was de herdenking van 60 jaar bevrijding van Auschwitz (door de Russen).

Allemaal heel moeilijke dingen, die ons bepalen bij de nood in de wereld. Die nood wordt soms door menselijke onrecht veroorzaakt en soms door natuurrampen. Daar kunnen we in de kerk niet omheen: we bidden voor de nood in de wereld. En zo denken we dubbel: zowel aan de ellende als aan de hulp die God wil geven om ons niet in de ellende verstrikt te raken.

En op deze zondag mogen we elkaar herinneren aan een vrouw die zoveel aandacht van Jezus kreeg, dat Johannes er wel 42 lange zinnen voor moest opschrijven. Om niet te kort te doen aan de vrouw en niet aan Jezus. En dat is Evangelie: er wordt niet te kort gedaan aan ons en er wordt niet tekort gedaan aan Jezus. In het Evangelie van Christus komen mensen tot hun recht.

Het gaat om levend water. Het gaat om verhelderende en bemoedigende woorden van Jezus. Daar gaat kracht vanuit. Als Jezus de waarheid vertelt, is het altijd genadig en nooit genadeloos. ‘Ongenadig ervan langs geven’ kan Jezus niet. Bij Hem zijn altijd woorden van eeuwig leven, nooit van: ‘wie z’n achterste verbrandt moet op de blaren zitten’. Jezus is genadig. Zo mogen wij ook worden. Jezus kijkt met ontferming. Zo mogen wij ook kijken. Reken maar dat zoiets helpt!

Ds. Scheltens