Gebed als instrument?

In het Nederlands Dagblad van vrijdag 16 september staat een belangwekkend artikel van John Goldingay, hoogleraar Oude Testament aan het Fuller Theological Seminary in Californië

Hij schrijf over het gesprek van Mozes met de Here God nadat het gouden kalf verrezen is.

column-20160917-1

Wat doet Mozes?

Er komen vijf vuistregels naar boven:

Mozes bidt:

1. Verlies Uw geduld niet

2. Laat ons niet vallen

3. Wek niet de verkeerde indruk

4. Wees niet onverbiddelijk

5. Vergeet niet wat U beloofd hebt

Bij het eerste punt wordt de boosheid van God genoemd over ongehoorzaamheid en eigengereidheid.

In dit artikel wordt een directe lijn getrokken naar hier en nu.

Goldingay zegt: “Als iemand boos op je is, weet je dat: je hebt een draai om je oren gekregen, en je weet dat daarvoor waarschijnlijk een reden was. Er gaan dingen verkeerd in je leven, in de wereld of in de kerk, en je maakt daaruit op dat God blijkbaar boos is.”

Maar daarbij denk ik: dan lees je Gods ingreep af aan de werkelijkheid van je waarneming of gevoel. En dat doet Mozes nu juist niet. Hij richt zich op Gods gemoedsgesteldheid en probeert als advocaat voor zijn volk te pleiten, opdat God over zijn hart strijkt en daaruit vergeving schept.

Bij het laatste punt schrijft Goldingay: “Wat er in ons gebed gebeurt, is dat God ons betrekt bij het besluitvormingsproces waardoor dingen in de wereld plaatsvinden. Daarom gebeurt er niks als we niet bidden. Misschien is dat wel de reden waarom de geschiedenis al zo lang duurt. Misschien duurt de kerkgeschiedenis daarom wel zo lang. Misschien duurde Israëls geschiedenis daarom zo lang. God vond nooit mensen die op het juiste moment het juiste ingrijpen voorstelden. Hij nodigt ons uit deel te nemen aan de verwezenlijking van zijn goddelijke plannen in de wereld. Daarom gebeuren er dingen (of juist niet) als mensen bidden.”

Mijn gedachte hierbij is: hier wordt het gebed gemaakt tot een instrument, wat ten diepste niet bij het gebed behoort. Want als je volgens de schrijver dat instrument niet gebruikt, gebeurt er niets. Dat zou betekenen, dat akeligheid ontstaat, omdat je te weinig bidt. Maar zo komt het niet goed met het gebed. Zeker zoals een tandarts die als instrument een boor heeft en dat hij dan die boor niet gebruikt,  zodat je kies niet behandeld wordt. Maar zo kan het niet!

Het gebed is juist een omgangsvorm met God, waardoor je vertrouwen op God gesterkt kan worden.

Het gebed is bij uitstek de omgangsvorm om helderheid te krijgen over wat God met jouw leven wil. Daarbij is een louteringsproces op het meest wezenlijke aan de gang: hoe ik mij verhoud met mijn vertrouwen op God. Het gaat om verheldering van jouw roeping en van jouw geborgenheid in Christus bij God.

Zo is het mogelijk, dat ik tegen een Syrische moslim zeg: weet je wel, dat wij al een jaar lang in iedere kerkdienst bidden om vrede in Syrië en Iraq en Iran en die hele buurt? Weet u wat hij zegt? Dank je wel, dat je dat doet en de hele gemeente daarbij betrekt…

 

Ik moet denkPoster startzondag 20160918en aan een interview met Diederik Stapel in het dagblad Trouw van woensdag jl. Hij vertelt dat zijn buurvrouw voeg in de morgen aan komt lopen, terwijl hij zijn kliko buiten zet. U bent ook vroeg, zegt hij. Zegt zij: ik kom net uit de kerk en heb voor je gebeden, dat doe ik iedere dag.

Ook al heeft hij geen actief geloof, het doet hem wel wat. Zo kan God door het gebed werken. En soms duurt het lang, dat herkennen we ook in de Bijbel. Wat voor plan zou de Here God met jou hebben? Dat lijkt mij een mooie vraag bij de start van een nieuw seizoen vol kerkenwerk.

Ds. Wim Scheltens