God in Nederland

Vorige week zondag is een onderzoek gepresenteerd, dat al vanaf 1966 ieder tien jaar wordt verricht: God in Nederland. Voor dit onderzoek zijn ruim 2100 Nederlanders ondervraagd. Het meet de stand van kerkelijk betrokkenheid en die neemt af. Dat zie je om je heen en op zondag in de kerk ook. Bij de protestantse kerken is de secularisatie minder sterk dan bij de Rooms-Katholieke Kerk.

Enkele gegevens

Een overgrote meerderheid van de Nederlanders (82%) komt nooit of bijna nooit in de kerk. Nog maar veertien procent gelooft in een persoonlijke God.

Voor veel Nederlanders is het christendom een onbekende of exotische wereld geworden. Bijna een kwart van de ondervraagden noemt zichzelf atheïst, dat was in 2006 nog veertien procent.

Het aantal ‘ietsisten’ (die geloven in iets als een hogere macht) is ook gedaald, van 36 naar 28 procent. Een opvallende conclusie van het onderzoek is dat de opmars van spiritualiteit tot stilstand lijkt te zijn gekomen. 31 procent beschouwt zichzelf als spiritueel, waar dat eerder 40 procent was.

Weliswaar daalt ook het ledental van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN), maar de kerkgang daalt slechts beperkt. Zo geloofden in 2006 85% van de protestantse kerkleden in het goddelijk karakter van de persoon van Christus, in 2015 is dit nog altijd 77%.

Over de gebruikte vragen en formuleringen ten aanzien van kerk en geloof is al die jaren al veel gezegd. Een trend wordt wel zichtbaar. Nieuw is het element, dat geloof niet meer samenvalt met uiterlijke kenmerken, zoals kerkgang.

column 20160319.1

                          Ter gelegenheid van de ‘eerste steen’-legging van de Oosterkerk in Groningen in 1929 werd deze foto gemaakt; op de heipalen op de voorgrond rust straks de buitenmuur van de entree van de kerk.

Tien jaar geleden zagende onderzoekers nog een groeiende interesse in spiritualiteit, maar daarin blijkt een kentering gekomen.

Wil de gemiddelde Nederlander nog iets met God te maken hebben?

Er zijn altijd mensen geweest die het niet opbrachten om actief mee te doen in het kerkelijk leven, maar bij wie de kerk op scharnierpunten in het leven er wel bij hoorde.

De situatie

Het lijkt duidelijk: de hoofdstroom van openbare leven wordt bepaald door de leegte van geen-geloof-meer. Het christelijk geloof is een privé keuzemogelijkheid.

Mensen rooien het aardig goed zonder de kerk en zonder geloof. God is minder belangrijk bij het einde van het leven en wordt niet gemist voor morele kanten van het leven. Ook als samenbindende factor is religie niet nodig. Geloven is steeds minder relevant. En het lijkt Nederland nog goed af te gaan ook.

Je kunt bij een vragenlijst invullen dat geloof erg belangrijk voor je is, en tegelijkertijd niet goed weten wat geloof met je huwelijk, je werk of je portemonnee te maken heeft. In welk proces ben je dan terechtgekomen?

Dit alles zegt wat over de situatie waarin wij leven en geroepen zijn om het Evangelie te verkondigen. Voor velen is het niet duidelijk waar God is in hun dagelijks leven en wat Hij er überhaupt mee te maken heeft. Dan wordt het spreken over God in de werkelijkheid van je collega’s, buren en vrienden erg lastig. Daarbij is het de vraag hoelang je het geloven gemotiveerd volhoudt, als het in de praktijk nauwelijks betekenis voor je heeft, wanneer je het dagelijks gebed en de wekelijkse kerkgang laat versloffen. Hoeveel stappen ben je verwijderd van de levenshouding van de gemiddelde Nederlander voor wie met verbazing naar het verschijnsel kerk kijkt?

En nu

Je kunt je afvragen of de kerk aan betekenis inboet, als er minder mensen bij de kerk willen horen. Uit overwegingen van marketing zou je denken: een slecht teken.

Stefan Paas noemde dit onderzoek: de tienjarige koude douche.

Overigens weten jonge mensen al van jongs af aan, dat kerkgang en bij de kerk betrokken zijn niet bij iedereen normaal is. Jonge mensen weten, dat niet iedereen hun geloof deelt.

columns 20160319.2

De roeping om kerk te zijn met de lofzang, de voorbede en de vriendelijke omgang met elkaar als broeders en zusters in alle eenvoud blijft!  De taak om vertrouwd te raken met de Schriften en het samen opladen van de accu op zondag te laten gebeuren, dat verandert niet.

Ds. Wim Scheltens
Ga Terug

Vorige pagina