Helderheid

Eind van de week vergadert in Lunteren de synode van de Protestantse Kerk in Nederland. En dan gaat het o.a. over ‘helder preken’.

Prof. van der Kooi en Prof. van den Brink hebben een kort rapport geschreven.

Daarin belichten ze vier thema’s, die in dat heldere preken aan de orde moeten komen:

  1. schepping en eerbied, 2. kwaad en hoop, 3. openbaring en vertrouwen,
  2. gemeenschap en transformatie.

Ik kies enkele zinnetjes uit dit rapport, dat ik best de moeite waard vind.

 

  1. “Deze wereld is Gods wereld. Dat levert een horizon die haaks staat op een cultuur die meent zelf alle zin te moeten stichten. Zin en goedheid worden ons al aangereikt. Er is veel om voor te danken.”

“Toen de geldautomaten geïntroduceerd werden, waren er oudere mensen die na het in ontvangst nemen van hun biljetten netjes “dankuwel” zeiden. Daar kunnen we om glimlachen, maar juist die glimlach laat zien dat we feitelijk geen ‘dankuwel’ kunnen zeggen wanneer er niemand is om te danken. Het leven is dan zoals het is en komt zoals het komt; er is geen adres waar we terecht kunnen met onze dankbaarheid, maar uiteindelijk ook niet met onze vragen, twijfels en boosheid.”

 

  1. “God wordt in de bijbel beschreven als degene die met deze schepping begon als een project waar Hij enorm plezier aan had. Hij investeerde. Hij zag dat het goed, ‘tof’, was. De zondeval betekent een enorme breuk, een dijkdoorbraak waarmee wij mensen het kwaad vrij spel gaven in de wereld. Maar God gaat door. Hij doet nieuwe investeringen, eerst in Noach, dan in Abraham en zijn nageslacht, uiteindelijk, als ultieme poging, in die ene telg van Abraham: Jezus van Nazareth. De zending van Jezus Christus is de stap waardoor God er zelf helemaal ingaat. Kolossenzen 2:9 drukt het radicaal uit: heel de volheid van Gods goddelijkheid woont lichamelijk in hem.”

 

  1. “We hebben het in de kerk ten diepste niet over onze eigen emoties, onze eigen ervaringen of voorkeuren. En zeker niet over onze eigen constructies, verbeelding of wat we fijn vinden, mooi of goed voelt. Dat alles gaat in het geloof wel een rol spelen en doet op gegeven moment mee. Het is echter niet de bron, de herkomst van wat we in de kerk doen in liturgie en verkondiging. Die bron is naar bijbels getuigenis God zelf die gesproken heeft. Van hem en van buiten ons bestaan komt de aanstoot en het initiatief.”

 

  1. “Volgelingen van Jezus Christus kunnen op grond van wat God hun heeft geschonken sommige dingen laten en andere dingen doen. Ze hoeven bijvoorbeeld hun eigen haan niet meer koning te laten kraaien om zich gelukkig te voelen. Ze hoeven op het werk niet meer mee te roddelen om erbij te horen. Ze kunnen soms een stap naar de ander doen, waar ze eerst niet over gepiekerd zouden hebben. Ze kunnen een nood in de samenleving oppakken die anders blijft liggen.”

 

Twee opmerkingen. Eerst een vraag: is de preek van zondags helder genoeg?

En dan een gedachte: een bezinning, zoals in dit rapport geboden, helpt de kerk weer te ontdekken waartoe ze op aarde is.

 

Ds. Scheltens