Het jaar 2003

In haar kersttoespraak 2003 noemt de koningin vier vrijheden uit de beroemde oorlogstoespraak van President Franklin Roosevelt. Die vrijheden noemt ze: “de morele pijlers van onze beschaving”. De eerste is vrijheid van meningsuiting, de tweede vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, de derde vrijwaring van nood en gebrek en de vierde het vrij zijn van angst en vrees. Treffend geeft ze aan, dat die vrijheden pas ècht gaan leven, wanneer ze ontbreken. “Vrijheid van meningsuiting” is voor haar geen vrijbrief om te kwetsen noch om schaamteloos oordelen te verkondigen over mensen. “Vrijheid van godsdienst en overtuiging” vraagt om ruimte voor verschillende levensopvattingen, in verdraagzaamheid en respect. “Maar”, zegt de koningin, “religie kan nooit een rechtvaardiging zijn voor onverantwoordelijk gedrag. Mensen mogen God áánroepen voor leiding en bemoediging in het leven, maar Hem nooit ínroepen ter verdediging van ontoelaatbaar handelen.”

De koningin zegt: “Voor wie in armoede leven staat de vrijwaring van nood en gebrek voorop. Aan medeverantwoordelijkheid voor hún dagelijks bestaan, kunnen wìj ons niet onttrekken. Uitzichtloze ellende in grote delen van de wereld mag nooit “gewoon” worden gevonden. Iedereen heeft recht op een menswaardig leven, uitstijgend boven het barre overleven. Ongelijkheid en onrecht blijven onaanvaardbaar. Meer dan een halve eeuw nadat de Vier Vrijheden werden verkondigd, ligt de eerste uitdaging voor de internationale gemeenschap nog steeds in het opkomen voor sociale gerechtigheid. Vrij zijn van angst en vrees vormt de basis voor vrede. Veiligheid betekent niet een bestaan zonder risico’s maar het besef beschermd te zijn. Als vertrouwen en zekerheid ontbreken, voelt men zich bang en bedreigd. Angst maakt een mens onvrij. Vrees voor onverwachte en gewetenloze terreur ondermijnt de veiligheid, waar ook ter wereld.

De mondialisering van geweld vereist dan ook een universele inzet. Vertrouwen kan groeien wanneer zowel de directe bedreigingen worden tegengegaan als ook de oorzaken van frustratie en agressie worden onderkend en bestreden. Dit is niet alleen een kwestie van handhaving van de internationale rechtsorde maar ook van daadwerkelijke strijd tegen armoede en ongelijkheid. Zo blijven de verschillende vrijheden nauw met elkaar verbonden, gegrond in de menselijke waardigheid. Na twee wereldoorlogen kon pas van een overwinning worden gesproken toen uit de chaos een internationale gemeenschap voortkwam die zich kon wijden aan vrede en gerechtigheid. De organisatie die deze idealen belichaamde vond een tehuis in Amerika. Bij alle spanningen in de internationale betrekkingen van onze tijd kan deze wordingsgeschiedenis van de Verenigde Naties de weg wijzen. Vanuit het fundament van de Vier Vrijheden kan ook vandaag worden gestreden voor vrede en gerechtigheid. Tezamen geven zij gestalte aan de menselijke waardigheid. Die waardigheid van een ieder heeft God bevestigd in de geboorte van Jezus.”

Ik vind dit een mooie toespraak, waarin m.i. een programma ontrold wordt dat alles met waarden en normen te maken heeft. Over één zin heb ik langer nagedacht en ik zou ‘m zelf wel willen bedenken: “Mensen mogen God áánroepen voor leiding en bemoediging in het leven, maar Hem nooit ínroepen ter verdediging van ontoelaatbaar handelen.” Vindt u dat ook zo’n spijker op de kop?

Ds. Scheltens