Hoe zal het zijn?

Eerlijk gezegd praat ik niet zo vaak over de hemel. Dat komt ook omdat ze vroeger de hemel vaak gebruikten als goedkope troost: hier heb je het slecht, maar straks heb je het in de hemel veel beter. En ondertussen blijft het op aarde slecht. Kijk, zo is de hemel nooit door God bedoeld, denk ik dan.

Je heb je handen vol aan de aarde, denk ik. Wat de hemel is, zie je vanzelf, wie dan leeft, wie dan zorgt; en in de hemel zijn er geen zorgen meer nodig. Daarom vind ik geloof in de hemel een mooi geloof. Alleen: blijf de aarde wel trouw in dit geloof. God heeft de hemel en aarde geschapen, zegt de eerste bladzij van de bijbel. En dan gaat het verder over de aarde.

Bij het avondmaal word je ook bepaald bij het ‘de harten omhoog, waar de Here Jezus aan de rechterhand van God is…’ Wie zijn daar ook? Zijn dat niet hen die ons zijn voorgegaan?

Heb je dat ook gehoord bij 50 jaar herdenking watersnoodramp?
Op een vlot, “gemaakt” van een dakkapel die afbrak, zaten mensen.
Niet iedereen kon gered worden. Niet iedereen kon een reddende hand vinden.
Och, zegt een oude man, daar drijft m’n vrouw, ik zie ‘t aan haar jurk, ze gaat ons effekens voor…
Kun je dat na-voelen?
Kunnen mensen uit Het Rijke Westen in 2003 dat aanvoelen?
Ons zijn geliefden voorgegaan.
In het huis van de Vader zijn vele woningen.
Ik zal u plaats bereiden, zegt Jezus.
Eenvoudige woorden. Wonderlijke strekking, veelbetekenend, meer dan we kunnen bevatten.

De hemel. Wonderlijk, maar waar. Je komt in een soort reünie terecht van allemaal mensen die iets leuks vertegenwoordigen. Vondel en Rembrandt, Bach en Luther, Paulus en Johannes – volgens mij is het één groot feest. Je komt bij een gastheer, zegt Godfried Bomans, die zo boeiend is, dat de tijd overgaat in eeuwigheid. Je mag best eens mijmeren over hoe zal dat zijn…
Avondmaal is een voorproef.

Waarvan? Van gastvijheid, van hemelse gastvrijheid. Heb je ook een lieve oma gehad en een opa op wie je eigenlijk best trots bent. Die motiveren mij nog altijd om m’n best te doen – en daar is niks mee. Die wil ik graag terugzien in de hemel. Daar is toch ook niks mis mee?

Ds. Scheltens