Kerk 2018 – Kerk 2025

 

De Protestantse Kerk in Nederland staat voor ingrijpende wijziging van de bovenplaatselijke organisatie. Dat staat in het rapport Kerk 2025.Op 1 januari 2018 moet dat al een feit zijn.

De 74 classes (groep van gemeenten ) gaan verdwijnen. Daarvoor in de plaats komen 11 regio-classes. En daarbij komt de figuur van de nieuwe regiovoorzitter, die veel bevoegdheden krijgt. Even is gedacht aan een bisschop. Die naam is gesneuveld, maar de werkwijze lijkt er wel wat op. Met die bevoegdheden kan die nieuwe regiovoorzitter het beleid van een kerkenraad terzijde schuiven. Dat is een ingrijpen van bovenaf.

Daar wringt principieel de schoen.

 

Daar komt bij, dat de tussenlaag tussen de gemeenten en de synode opeens een topzware organisatie krijgt met 11 fulltime voorzitters (11 fte op de begroting).

Daar wringt organisatorisch de schoen.

Een plaatselijke gemeente zou in de Protestantse Kerk in Nederland de ruimte moeten krijgen om er zelf uit te komen en kan zo nodig op eigen verzoek advies vragen. Dat is in de kerkordelijke discussie van Samen op weg gaandeweg steeds de richtlijn geweest.

Is na 2004, het jaar van samengaan in de Protestantse kerk in Nederland, die afspraak niet meer zo belangrijk?

In de nieuwe plannen komt de regiovoorzitter elke 8 en 12 jaar langs om te kijken hoe of het allemaal gaat. En als het even kan, mag de dominee niet langer dan 8 of 12 jaar blijven. En hoe dat dan met die predikant moet die van de ene naar de andere gemeente moet overgaan? Daar zal hij of zij dan bij geholpen worden. Maar gemeenten hebben hun eigen keuzevrijheid. Dus dat werkt niet.

Het lijkt wel of het verkassen van predikanten het grote punt is achter die hele verandering van organisatie.

Nu is de mutatie (verandering van standplaats van predikanten) inderdaad een probleem. Maar deze verandering in de organisatie lost dit probleem niet op.

Dat kan landelijk veel beter geregeld worden zonder terzijde stellen van de kerkenraad.

In de synode is eerst gesproken over het rapport ‘Kerk 2025’ en daarna nog een keer over een uitwerking met het oog op de inrichting van de kerk. In dat gesprek ging het over de grote lijnen. En pas daarna is dat uitgewerkt in concrete kerkordevoorstellen.  Zo moet het in de bespreking op de kerkenraad en in de classicale vergaderingen ook gaan. Eerst over de grote lijnen en dan over de invulling.

Zo gaan wij dat ook doen in onze kerkenraad.

In februari de grote lijnen en in maart de uitwerking ervan.

Daarbij helpt de brochure van ds. H. van Ginkel uit Goes, die hij onder  de titel ‘Kerk 2018 Kiezen voor de basis van de Protestantse Kerk‘ heeft geschreven. Hij pleit voor het behouden van de 74 classicale vergaderingen. Hij pleit tegen een fulltime regiovoorzitter met die vele bevoegdheden.

In het rapport Kerk 2025 van de synode gaat het om ‘terug naar de basis’.

Daarmee wordt bedoeld het eigene: wat kerk tot kerk maakt. Daarover zegt de Apostolische Geloofsbelijdenis één ding: ‘gemeenschap der heiligen’. En dan gaat het om geloof, vertrouwen, de Bijbel, Jezus, de kerkgang en de zondag.

Het kan niet betekenen: een verzwaring van de organisatie bovenplaatselijk, waarbij de lasten van de plaatselijke gemeenten zwaarder gaan wegen en soort bisschop met macht. U begrijpt: bij deze verandering van organisatie gaat het wel ergens over.

Maar op zondag zult u er weinig van merken. We zijn immers kerk van het Woord!

Daarbij mag de blijde boodschap de toon bepalen. En de lofzang mag er ook zijn, zoals u er ook mag zijn. Want de liefdevolle God is er ter bemoediging!

Ds. Wim Scheltens