Kind en kerk

Vandaag is de jaarlijkse school-kerkdienst. Scholen en kerken werken hiervoor samen. We kwamen uit op David. Dat is een kleine herdersjongen die uitgroeit tot koning in Israël. Van hem zijn de herdersstaf, de slinger en de harp bekend.

Hij spreekt tot de verbeelding: iedereen zag hem over het hoofd, ook de profeet, de man Gods, ook Davids eigen vader Isaï of Jesse genoemd.
Jezus leert de discipelen om de kinderen niet over te hoofd te zien.
Is dat niet een aanwijzing voor de kerk?

Daarom doet de kerk veel met en voor kinderen. En daarom krijgen kinderen ook aardigheid aan kerk.
Ik denk, dat we blij mogen zijn, dat er zoveel kinderen in en rond onze gemeente weet hebben van kerk met alles erop en eraan. Ook van omzien naar elkaar in verdrietige dagen. Want het is in de kerk natuurlijk niet alleen maar ‘lang leve de lol’.

Wat zou de kerk zonder kinderen zijn? De spontane lach en het hoge kinderstemmetje, dat over de Heer zingt en de kinderstem die het ‘Onze Vader’ bidt, net een kwart seconde eerder of later dan de rest.

‘Een kind doet je beseffen dat je leeft’, zingt de volkszanger.
U, die ons leven draagt door de diepte, U draag ik mijn kinderen op om ze niet uit uw hand te laten vallen, bidt een gelovige vader of moeder.
Wat vindt u van zo’n gebed? Iets te? Of juist mooi?
Weet u, een kind krijgt heel veel mee van ouders, ook van lichaamstaal.

Als u geestelijk de schouders ophaalt, zegt een kind dat genoeg: niet zo belangrijk. Als u belang hecht aan een goede relatie tussen kind en kerk, dan komt u vandaag hopelijk niet van de koude kermis thuis. Maar één waarschuwing: David is niet alleen maar leuk, het is een apekop en een jokkebrok. En hij is een mannetje die weet dat ‘sorry’ niet genoeg is: een mens moet uiteindelijk vergeving vragen en krijgen van God. En als je dat van David door hebt, begrijp je beter, waarom hij zoveel psalmen heeft geschreven. Om zijn volk geestelijk leiding te geven. Ik vind dat prachtig! En jullie? En u?

Ds. Scheltens