Knielen op een bed violen

Op donderdag 25 februari 2016 ging de film in première ‘Knielen op een bed violen’

Het boek van Jan Siebelink heeft heel wat losgemaakt.

In de film is één van de meest bizarre onderdelen uit het boek verdwenen. Want op de Hessenweg in Lunteren heeft men een avondmaalsviering voorbereid, waarbij  vervolgens niemand aan tafel gaat. Het brood en de wijn blijven smetteloos en roerloos staan…

Dat vind ik wel wat: je bereidt je voor op een viering, in de wetenschap, dat de roepstem van Christus ‘doet dit tot mijn gedachtenis’ waarschijnlijk door alle aanwezigen in de wind geslagen wordt.

Dat is een vroomheid, waar ik rustig een vraagteken bij zet.

Maar nu de rol van zo’n gezelschap-mannetje: Jozef Mieras, die als een troubadour,  minstreel en vertegenwoordiger zich opdringt in het leven van Hans Sievez en zijn gezin. Dat komt in de film heel sterk en beklemmend over.

 

Volgens mij gaan een paar zekeringen kapot in het boek en de film. Een Godservaring toetsen, onderzoeken en beoordelen is je bewegen op glad ijs.Column 20160305.1

De openbaring van God is iets wat de mens niet helemaal kan keuren, omdat het ons bevattingsvermogen te boven gaat.

Maar een belangrijke tweede zekering die kapot springt is: man en vrouw zijn één (totdat het tegendeel blijkt), maar vanuit het geloof een wig drijven omdat de vrouw de duivel in de kaart zou spelen teneinde de ziel van de man bij God weg te halen, dat gaat te ver. Niets kan ons scheiden van de liefde van God welke is in Christus Jezus, zegt Paulus in Romeinen 8. Daar mag wel iets meer eerbied voor gelden.

De jongste zoon Tom tenslotte maakt met een theatraal gebaar de Bijbel belachelijk. Hoe kan God Zich door zo’n belachelijk boek kenbaar maken? Tom leest een stukje in Jesaja 8 vanaf vers 1 over ‘haastige roof en spoedige buit’. Onbegrijpelijke onzin, noemt Tom dit. Hoeveel bioscoopbezoekers zullen dit met hem eens zijn?

Om dit te kunnen begrijpen gaan we naar een belangrijk deel van de geschiedenis van Juda, het 2-stammenrijk rond Jeruzalem. Jesaja heeft als profeet grote moeite met koning Achaz, die het wat ruim neemt met godsdienstigheden en de afgoden van de omgeving ook nuttig vindt. Achaz heeft last van het 10 stammenrijk en Aram (Syrië) – kort genoemd in Jesaja 8 als Samaria en Damascus. Maar die twee vijanden worden opgeslorpt door Assyrië. Dat moet zichtbaar worden in de naam van een nieuw kind met de naam: Maheer Sjalal Chasj Baz (= haastige roof, spoedige buit).

Zo herinnert een naam van een kind hier aan de vernieuwende toezegging van Gods bescherming. Denk aan de zoon van Jesaja, die de naam draagt Sjear Jasjoev (een rest keert weer) – Jesaja 7:3. Denk aan de zoon van Achaz, die de naam krijgt Immanuël (= God met ons) – Jesaja 7: 14. Dat zijn herinneringen aan Gods bescherming en aan Gods trouw. De geschiedenis van het volk van God inde tijden van David en daarna zijn belangrijke gebeurtenissen om de Bijbelse taal te kunnen verstaan. God spreekt concreet in die tijd zijn volk toe. Vermanend? Ja ook, maar vooral bemoedigend!

In de film weet Tom Sievez dat niet, want zijn vader Hans Sievez leest alleen maar over een oordelende God, die de duivel vrij spel geeft om je de stuipen op het lijf te jagen.

column 20160305.2

Wat ik uit deze film meeneem? Het steekt nauw, hoe we in ons denken en spreken over God iets laten merken aan onze kinderen, vrienden en collega’s.

Is God te vertrouwen en maakt hij het kwade goed door de verzoenende werking van wat Christus doet?

Of gaat het bij geloof nergens meer over?

Dat risico is vandaag de dag groter dan in de jonge jaren van Jan Siebelink.

In psalm 62: 5 zingen we: “O volk, uw God laat u niet vallen”.

Dat mogen we onze kinderen laten weten: God wil je onderweg niet graag verliezen…

Ds. Wim Scheltens

Ga Terug