Loofhuttenfeest: Soekot met een loelaf en etrog

Van maandag 17 oktober t/m zondag 23 oktober 2016 viert de Joodse gemeenschap  het Loofhuttenfeest (Soekot). Dit feest geeft een voluit Bijbelse achtergrond: veertig jaar door de Sinaïwoestijn trekken, voordat ze het land van de belofte, Israël kunnen binnengaan. En in Leviticus 23 wordt het tot in detail beschreven. Ook in Johannes 7 lezen we erover, namelijk: hoe Jezus op dat feest naar Jeruzalem gaat.

 

column-20161015-1 

Loelav en etrog

 

Vlak voor dat Loofhuttenfeest worden in Israël mirte-takjes geoogst voor de loelav, de plantenbundel die tijdens het feest meegenomen wordt naar de synagoge. De loelav bestaat uit drie mirte-takjes, een palmtak en twee wilgentakjes. Deze plantenbundel symboliseert de vreugde. Loelav betekent palmtak. Deze is nog groen en is het grootst. Daarnaast zijn er drie geurende mirte-takken en twee wilgentakjes. Dan is er nog de etrog, een vrucht die lijkt op een citroen en heerlijk ruikt.

Samen: zeven – voor iedere dag vande week één!

Terwijl de vrucht en de bundel in de hand worden gehouden zegt men in de soeka (= hut) de zegenspreuk (beracha), waarna ermee in de zes richtingen van de schepping wordt gezwaaid: naar het oosten, zuiden, westen, noorden, naar de hemel omhoog en naar de aarde omlaag. Dit wordt ‘sjokkelen’ genoemd. Tijdens de dienst in de synagoge worden de loelav in de rechterhand en de etrog in de linkerhand gehouden en op en neer gezwaaid, waarbij de twee elkaar moeten aanraken. Dat gebeurt tijdens het lezen en zingen van de Hallel (de lofpsalmen: Psalm 113-118).

 

Juist in deze feestmaand voor Israël wordt bekend, dat de Unesco deze week een resolutie aannam, die de band van het Joodse volk met de Tempelberg in Jeruzalem ontkent.

Hoe diep kun je zakken bij gebrek aan kennis van geschiedenis en godsdienst.

En ook: hoe ver kun je verwijderd raken van eerbied voor wat in de ogen van een ander ‘heilig‘ is.

 

Een kleine graadmeter kan zijn, hoe je reageert op onmenselijkheid in Aleppo, door Boko Haram en door Isis en door zovelen, die zichzelf als maatstaf stellen.

 

In het  Nieuw Israëlisch Weekblad staat te lezen, dat een restauranthouder in München, de Duitse Jood Florian Gleib, zijn restaurant ‘Schmock’ heeft moeten sluiten, omdat hij niet meer kon tegen de antisemitische haatuitingen. Hij had nog geprobeerd de boel te sussen door een papier voor het raam te hangen: “Wij doen niet mee aan politiek’.

column-20161015-2

Tempelberg (Berg Sion) in Jeruzalem

met links (niet zichtbaar) de Westelijke Muur (Klaagmuur)

 

In het Evangelie worden we vertrouwd gemaakt met de gedachte, dat ‘niet oordelen’ beter is. Dat wie het zwaard opneemt door het zwaard zal vergaan.

Dat je de vijand, zo je die al hebt, beter lief kunt hebben en helpen.

 

Terwijl de Duitser zijn ‘Schmock’ moet sluiten, gaan de Joden zich voorbereiden op het ‘sjokkelen’.

Wat dat met ons te maken heeft?

 

We hebben de Bijbel en lezen over Jezus en het Loofhuttenfeest en daar ligt de  verbinding. Als je bij het Koninkrijk van God wilt behoren, dan draait het niet meer om jou, maar om het heil voor jou en je omgeving, dichtbij en verder weg.

Daarom behoort bij de kerk van Christus onverbrekelijk een diaconale grondhouding en dat is per definitie gericht op de ander, dichtbij en veraf.

Daarbij behoren ‘bid en werk’. Daarom leren we in de kerk ook om te bidden.

‘Het is toch wat…’, ‘het is toch wat…’ klagen is niet genoeg, blijft te veel om ons heen hangen.

Bidden brengt het verder.

Daarom bidden we zondag voor Israël en Aleppo en tegen de gruweldaden van Isis en Boko Haram.

 

Ds. Wim Scheltens