Luisteren

Donderdag jl. zit ik te luisteren naar Radio 1.

Er is een dichter aan het woord: Ingmar Heytze uit Utrecht.

Poëzie is niet in trek, hoor ik de dichter zeggen, net als de kerk die leegloopt, loopt de poëzie ook leeg.

De dichter vertelt, dat hij uitgenodigd is in een les Nederlands op het gymnasium.

De ontvangende leraar zegt, dat hij achterstand heeft in nakijkwerk en stelt voor, dat de dichter in de klas gaat vertellen en dat de leraar achter in de klas gaat zitten nakijken.

Je begrijpt: het wordt niks.

Een leraar Nederlands mag leerlingen enthousiast maken voor goede literatuur en poëzie. Als deze leraar zijn tijd beter kan gebruiken, is dat een perfect signaal voor de leerlingen: wij hebben onze tijd ook beter te gebruiken.

Dan is de aandacht weg.

En de dichter is ook eerlijk: het wilde niet – ik had mijn dag niet…

Geen luisteraars meer overhouden

Opeens denk ik aan een sessie bij de EO met het team en de presentatrice en een programmamaker van ‘Ik zou wel eens willen weten’ op Radio 5, in de Muzikale fruitmand op de zondagavond.

We krijgen als opdracht eerst te brainstormen over de vraag: wat moeten we doen om geen enkele luisteraar meer over te houden.

We schieten in de lach: dat is toch de omgekeerde wereld. Want je maakt radio om mensen te bereiken en dan beoog je toch, dat mensen willen luisteren.

Ik noem enkele aandachtspunten over hoe niet moet, dus:

– Het programma moet liefdeloos en hard zijn. Dus geen warmte bieden, maar wel veroordelend zijn.

– Het programma moet belerend zijn

– Veel theologie en vooral niet praktisch

– De predikant in het programma heeft niets met het thema

– Mensen boos maken

– Parmantig zeggen dat je bepaalde dingen niet meer gelooft en doet

– Geen plaats voor de Bijbel in het programma

– Niet enthousiast zijn over wat je doet

– Programma’s op de automatische piloot doen.

column 20160409.1

Enthousiast maken om de luisteren

Ik zie overeenkomsten.

De luisterhouding kan worden gemaakt en gebroken.

Dat heeft met je eigen houding te maken.

De aardigheid om te luisteren kan ook gemaakt en gebroken worden.

Dat heeft met de spreker te maken.

In de opvoeding en vorming van jonge mensen speelt een luisterhouding van ouders en leerkrachten een grote rol. Misschien is die rol zelfs bepalend.

Wat laat je zelf merken over poëzie of een kerkdienst?
Ik houd me even aan de vergelijking van Ingmar Heytze.

De plaats van de zondag is in het geding.

Dat heeft te maken met de luisterhouding: welke indruk maken ouders?
Welke indrukken krijgen kinderen van huis uit mee?

Lijken de ouders op zondag een beetje op de leraar die belangrijker dingen heeft te doen dan te luisteren?

Column 20160409.2

De aardigheid om te luisteren kan ook gemaakt en gebroken worden.

Dat heeft te maken met de sfeer in de kerk, waar de koster, de organist, de leiding van de kindernevendienst en de predikant een grote rol in vervullen.

Die sfeer mag bestaan uit liefdevolheid, betrokkenheid, een duidelijke plaats van de Bijbel in het geheel, enthousiasme over wat je mag doen en rustig aangeven op welke manier je zelf in een proces staat van geloven en beleven.

Luisteren is een kunst. Die kunst kun je ontwikkelen.

En als je luisterhouding correctie behoeft, kun je dat zelf meteen aanpakken.

Als de aardigheid om te luisteren niet gewekt word, kun je aan de bel trekken in de hoop, dat een goed gesprek verder kan helpen.

Ds. Wim Scheltens