Muziek met een glimlach

Er zit veel muziek in de kerk. In het volk Israël speelt muziek een grote rol. Neem nou David: hoe hij als klein kereltje betoverend en rustgevend spelen kan op z’n citer. Een verwilderde koning Saul wordt er kalm van. Goede muziek is geen luxe.

David speelt als herder op zijn fluit. Later stelt hij als koning 4000 koorzangers aan. Al die koorzangers moeten wel vijf jaar studeren onder leiding van 288 zangmeesters. In de tempel van Salomo speelt een vast orkest van 4000 man. Er zijn meer dan 150 psalmen gemaakt en Salomo heeft wel 1000 liederen gemaakt. Wat zou toch achter al die muziek zitten?

In luisterliedjes kan onzekerheid of dankbaarheid doorklinken. Soms kom je zo op gedachten. Soms zing je het akelige een beetje van je af, soms zing je naar je toe, dat ’t anders kan. Liedjes spreken je misschien meer aan dan spreektaal.

Ik merk dat bijvoorbeeld bij liedjes van Rob Favier. ‘Steek je handen uit’, zingt hij. Leven doe je niet alleen, zeker niet als je voelt dat jouw handen iets te maken hebben met de handen van Jezus. Dat wat Hij doet, jou helpt om beter te weten wat jij kunt doen. ‘Ik neem het niet’, zingt Rob Favier. Afbraak van het milieu en hongerdood voor velen – je leeft toch niet om dat rustig te laten doorgaan! Ik neem het niet, want ik ga er in Gods naam tegenaan. Dat zijn teksten die mij wat zeggen.

Het is precies andersom dan bij David en zijn citer. Die maakt een woeste koning rustig. Wij moeten steeds weer wakker gezongen worden om ons leven te besteden aan goede dingen.

Muziek die bij onze tijd past en toch ook bij het geloof in Jezus, kan niet alleen opzwepen. ’t Gaat ook om vertrouwen. Bij het geloof in Jezus past, dat je je veilig voelt, dat je vrij bent, dat het goed zit – wat anderen er ook van vinden. Jezus geeft zin aan ons bestaan, daarop kun je aan. Daarom zit er ook muziek in jouw leven.
Wie dat geloof aanvoelt, snapt waarom muziek met een glimlach geen dom gedoe is. “Kijk naar je beide handen, naar de spelers van het spel, zoeken wat je kunt ontdekken aan de lijnen op je vel… steek je handen uit, want dan ben je nooit te laat’.

Ds. Scheltens