Na de Prinsjesdag

‘In de maalstroom van alledag zijn onrust en onbehagen kenmerken van deze tijd.’, aldus de koning in de troonrede van afgelopen dinsdag.

In Den Haag zijn de commentaren negatief en vol verwijten.

Daarom kijk ik op, als ik in het Nederlands Dagblad van donderdag jl. een verhaal lees van mevrouw Albright, de onvergetelijke vrouw op Buitenlandse Zaken in Amerika. Albright for President, zou ik wel willen zeggen! En wat heeft zij te zeggen?

Dit: onder president Obama is het aantal vluchtelingen dat zich in 2016 zal vestigen in de Verenigde Staten van Amerika verhoogd naar 85.000 – inclusief 10.000 Syrische vluchtelingen. Vanaf volgende week zullen de VS zich verbinden aan het hervestigen van 110.000 vluchtelingen van over de hele wereld in het komende jaar.

column-20160924-1

  Madeleine Albright, oud-minister van Buitenlandse Zaken VS

Het aantal personen in de opvang in Nederland op 20 september 2016 is 31.894, aldus het COA. Daarvan hebben 14.571 mensen al een verblijfsvergunning en stromen niet door in de gewone woonwijken.

In Duitsland zijn er meer dan een miljoen. In Canada: 25.000.

Hoe het allemaal moet met die grote aantallen, weet ik ook niet.

Maar menswaardigheid en hulpvaardigheid moeten sterke landen als Duitsland en Nederland aankunnen. Overigens heeft het COA maandag gemeld geen gebruik te maken van mogelijke asielcentra in de gemeente Ede, dus ook niet in Lunteren.

Het verhaal van mevrouw Albright is een verademing. De voormalige vluchtelinge en later minister van Buitenlandse Zaken, vertelt over haar ervaringen en wat zo’n besluit als van Obama voor haar betekent.

Ze is als vluchteling in de Verenigde Staten gekomen op elf jarige leeftijd. Haar vader is dan een diplomaat en een sterke aanhanger van de democratie in Tsjechoslowakije.

Als de communisten daar de macht overnemen, voelen zij zich gedwongen om als vluchtelingen in ballingschap te gaan. Een Amerikaans staatsburger worden is het belangrijkste dat mij ooit is overkomen, zegt ze.

Haar vader zei: ‘Tijdens de Tweede Wereldoorlog zeiden de mensen: “We vinden het erg wat jullie is overkomen en we hopen dat je alles hebt wat je nodig hebt; overigens, wanneer vertrek je om terug naar huis te gaan?”. Maar in Amerika zeiden de mensen: “We vinden het erg wat jullie is overkomen en we hopen dat je alles hebt wat je nodig hebt; overigens, wanneer worden jullie staatsburgers?”’.

Dat is mevrouw Albright: “De juiste vraag aan een vluchteling is: ‘Wanneer word je staatsburger?’ En dus niet: ‘Wanneer ga je weer?’”.

Ze zegt: “Ik zal nooit vergeten hoe we, toen ik hier als kind kwam, de haven van New York voor de eerste keer binnenvoeren en naar het Vrijheidsbeeld keken. Ik heb geen vluchtelingenkampen hoeven meemaken of de gevaren die veel vluchtelingen moeten doorstaan. Maar net als alle vluchtelingen deelde ik de hoop een veilig en menswaardig leven te kunnen leven en een kans te krijgen iets terug te doen voor mijn nieuwe land.

Samen kunnen we ook nu vluchtelingen helpen hun leven opnieuw op te bouwen, in een menswaardig bestaan.”.

Wij hebben als gelovige mensen in de Bijbel zoveel aanwijzingen, dat we mensen in de knel mogen proberen uit die knel te halen. De wees, de weduwe en de ontheemde worden vaak in één adem genoemd in de Bijbel.

De hongerige mensen, de dorstige mensen en de zieke mensen en de gevangen mensen en de vreemdelingen stelt Jezus voor als mensen die onze hulp nodig hebben. En hulp aan hen is hulp aan Hem.

Geholpen worden is ook belangrijk om zich thuis te kunnen voelen in een andere samenleving als waar de vreemdeling vandaan komt. Daarom zal inburgering belangrijk zijn en vertrouwd worden met de waarden uit artikel I van onze grondwet ook. Graag leg ik nadruk op de vrijheid in verband ook met regels, waaraan je je moet houden in het verkeer met stoplichten en voorrangskruisingen, maar ook in het intermenselijke verkeer met respect voor een ander met een andere mening en een ander geloof. Ook is ontzag voor gezagsdragers nodig. Politie hier is heel wat anders dan politie in Syrië.

Maar de tien woorden hebben ook een inbreng: de rustdag is er ook voor de vreemdeling die in uw steden woont.

column-20160924-2

Utrecht

Ik denk nog even aan: ‘… die in uw steden woont’.

Dat is dus de bedoeling: in onze steden. En waar geen huizen zijn, daar kunnen binnen de kortste keren semipermanente wooneenheden verrijzen. Ik ken ze in Lent bij Nijmegen.

Eerlijk gezegd zou ik daar wel wat meer over hebben willen horen in de troonrede…

Dat zeg ik niet om te zeuren, maar omdat het belangrijk is, dat ons land zorg draagt voor goede opvang en doorstroming van hen die een verblijfsvergunning hebben.

Ds. Wim Scheltens