Nare taal

Er is een nare tekst op muziek gezet en in de ‘hitparade’ gekomen.
Een ordinair schuttingwoord werd vastgeplakt aan het woord ‘Marokkaan’. De wethouder van Amsterdam, die ook huisarts is, Oudkerk, had zijn ongenoegen over een klein, irritant optredend groepje Marokkanen met dat woord opgesierd en in het oor gefluisterd van burgemeester Cohen, die begrijpend knikte. De tv registreerde en zond het genadeloos uit.

Taalvergroving is ‘t op zijn minst, het getuigt ook van slechte smaak, maar het ‘grote’(?) publiek slikt het. Er is meer aan de hand, denk ik. Er is een sfeer gegroeid om te zeggen wat je denkt, zonder je af te vragen of het fraai is, wat je denkt. Het blad voor de mond is weggewaaid.

Een neem dan ‘s Jacobus. Die vergelijkt onze tong met een klein roer van een schip dat de koers bepaalt (Jacobus 3:4). Hij raadt aan om te tong in toon te houden (1:26). Het gaat om de uitleg ervan, dat de mens naar het beeld van God is geschapen: God heeft de mens zó geschapen, dat Hij hem echt ontmoeten kan; zó, dat de mens kan luisteren naar wat God zegt, dat je Hem kunt antwoorden.
Zoals een klein vlammetje een bosbrand kan veroorzaken, zo kan de tong een golf van ongerechtigheid over de wereld brengen. Denk maar aan een dictator met wereldmachtneigingen, zoals Hitler.

Naast malheur met de AEX, heerst er ook woordinflatie. Soms kun je in de politiek, in het onderwijs en in de kerk(!) een uur aan het woord zijn zonder ook maar iets te zeggen! Aan de andere kant kan een goed woord een enorme uitwerking hebben. Als je denkt aan mensen die iets voor je betekenden, dan komt dat ook door de manier waarop ze je tegemoet traden en iets tegen je zeiden!

Ik hoop, dat de nare taal geen gemeengoed gaat worden. Het heeft zin om kinderen te leren, dat bepaalde woorden niet fijngevoelig zijn.
Je tong is op z’n best, niet alleen om God te loven, maar ook als je een woordje hebt tot het welzijn van andere mensen.

Ds. Scheltens