Omhoog heffen

Van Pasen naar Pinksteren.

Dat is een betrekkelijk kleine stap: 50 dagen. Over de verhouding tussen Pasen en Pinksteren werd ik laatst geboeid door Leviticus
23. Op het Paasfeest worden de eerstelingen van de oogst binnengebracht. De priester moet de schoof ten overstaan van de HEER omhoog heffen opdat die als offer zal worden aanvaard.

Het kruis van Golgotha wordt ook gezien als de plek waar het offer van Christus aanvaard wordt door God de Vader.  Hoog geheven: aan een paal. Dat is ook vernederd, maar door God verhoogd en zo ook een naam boven alle naam gegeven. Zo zie je tegen de achtergrond van Leviticus 23 :11 Christus is aanvaard als de eersteling van de nieuwe schepping. Daar mogen wij God alle eer voor geven.

Daarna volgen de vijftig dagen. En als het Pinksteren is dan wordt weer de eersteling geheven: “Jullie moeten dan uit je woonplaats brood meenemen om het voor de HEER omhoog te heffen: twee broden van twee tiende efa tarwebloem, met
zuurdesem gebakken, als gave voor de HEER uit de eerste opbrengst van de nieuwe oogst”. (Leviticus 23: 17)

Eigenlijk zie je hier de werking van de Heilige Geest voor je ogen. Je ziet brood, weliswaar als gave van de Heer, maar ook door mensenhanden bereid. Zo werkt de eersteling van de nieuwe schepping. Ook hier geven we  God alle eer. Maar nu komt erbij: wat hebben wij ervan gebakken. Dat wordt door God aanvaard: vrucht van de Geest en werk van onze handen.

Een mens is kostbaar maar ook kwetsbaar. Vaak verprutsen wij het brood. En als het goed gelukt is, kunnen we ons verbeelden
dat we het zelf gemaakt hebben. Maar het geheim van de Geest is: dankbaarheid, dat je iets hebt mogen doen met het graan, dat God juist Zelf heeft laten groeien met de bedoeling dat wij er brood van zouden bakken.

Het unieke werk van Christus (verzoening op Golgotha en wegbereiding door de opstanding) mag doorwerken in het werk van de gemeente midden in de wereld. Pasen legt de vloer voor het verloste leven en Pinksteren geeft de levenssappen.

Ds. Scheltens