Op weg naar het Kerstfeest 2004

We zijn hard op weg naar het Kerstfeest. En wat zingt het overbekende kerstlied ‘Stille nacht, heilige nacht’ opgetogen: “ook voor mij hebt Ge U rijkdom ontzegt”. Geheel in de lijn van Paulus. Rijk was Hij, zegt Paulus. En voor ons heeft hij zich armoe getroost om ons in zijn rijkdom te laten delen. Deze jubelklank hoort helemaal bij het Kerstfeest.

Er was een dorpje in Oostenrijk; in dat dorpje stond een dorpskerk; in die dorpskerk stond een orgel. Laat vlak voor Kerst dat orgel het begeven!

De pastoor en de cantor-organist schoven bij elkaar: hoe moet dat nou? Met Kerst geen orgelmuziek. Zonder orgel zingen. Hoe kan dat feestelijk zijn?

En zo – ruim anderhalve eeuw geleden – gingen de pastoor en de organist aan het werk: ze maakten een gelegenheidslied onder de titel ‘Stille nacht, heilige nacht’.

Het zou zonder meer een stille nacht blijven, als het orgel zweeg en de zang uitbleef. Maar dat zou niet kunnen. Op Kerst moet het Kerstkind van Bethlehem bezongen worden. Davids Zoon was al zo lang verwacht en nu zwijgen over Gods belofte, zo heerlijk vervuld?

Leer mij U danken daarvoor, dat moet je uit-zingen: “Amen, Gode zij eer!”. Zo groeide het kerstlied “Stille nacht”. Om de eer te geven aan Davids Zoon, lang verwacht. En ergens herkennen we – onwetend – de motivatie uit dat Oostenrijkse dorpje, Stille nacht is een lied, dat we niet zomaar overslaan. Het is ter ere van Hem, die miljoenen eens zaligen zal en om daaraan te beginnen geboren werd in Bethlehems stal. Daarom zingen we over de eer van de nieuwgeboren Heer, Hij, der schepselen Heer!

Ds. Scheltens