Palmpasen

Met Palmpasen begint de Stille Week.

Er gebeurt veel in die week: de intocht in Jeruzalem, onderricht in de tempel, de instelling van het Heilig Avondmaal in de bovenzaal, het intensieve gebed en de arrestatie in Getsemane aan de voet van de Olijfberg, het verhoor bij Kajafas, de ondervraging bij Pilatus op Gabbatha, de kruisiging op Golgotha en de begrafenis in de Hof van Arimatea.

Al die namen van plaatsen en mensen geven concreet aan, waar en hoe en met welke bijrolspelers het verzoenend sterven van Jezus heeft plaats gevonden. De naam Pilatus is te zien bij wijze van jaartal uit de algemene geschiedenis van het Romeinse Rijk.

Op Palmpasen is het gebruikelijk, dat de kinderen met palmpasenstokken de kerk in lopen na de nevendienst. De stokken kruiselings met o.a. slingers, een broodhaantje (verwijzing naar Petrus – “Eer de haan kraait, zuil je mij drie keer verloochend hebben”), 30 rozijntjes (verwijzing naar de dertig zilverlingen van Judas) en 12 Nibbit rings (verwijzend naar de leerlingen van Jezus).

Alles wijst op Jezus’ roeping: zijn komen en het kruis van Golgotha.

Palmpaasstokken in de kerk

Allerlei mensen worden met naam en toenaam genoemd: Judas, Kajafas, Pilatus, Arimatea. De mensen rondom Jezus – allemaal met een andere houding, een andere betekenis. Zo is het leven.

Judas geeft de zilveren penningen terug, paneel (1629), door Rembrandt

Judas krijgt wroeging over zijn verraad.

De emoties van een gekwelde Judas worden hier zichtbaar in dit schilderij.

Hij brengt zijn loon, de dertig zilveren penningen, terug bij de hogepriesters. Het licht valt op die munten. Die munten brandden in zijn zak. Hij smijt ze neer. Maar de munten worden geweigerd.

De hogepriesters zijn afwerend.

Rembrandt laat dat afwerende in de houding van de handen zien.

Voor de hogepriesters is Judas’ spijtbetuiging niet ter zake. Hun doel is bereikt. Jezus is uit de weg geruimd. Dat Judas hier niet mee instemt, geeft te denken. Blijkbaar kun je bij nader inzien ontevreden zijn over je eigen gedrag. Geef dat maar een plaats. Liefst niet in je eentje, maar dicht bij Jezus. Hij helpt je verder, helpt je over je dode punt heen!

Ds. Wim Scheltens