Pasen 2006

De gekruisigde is hier niet…Dat moet toch wat geweest zijn. Ze staan er bij, bij het kruis en daarna zien ze ook precies waar ze Jezus hebben neergelegd. Hij is opgewekt, zegt een engel.

Maar hoe moet je zo’n werkwoord ‘opwekken’ hanteren? Moet je dat gewoon vervoegen, zoals ieder werkwoord zich laat vervoegen: ik wek op, jij wekt op, hij wekt op. Ja, wie wekt er op? Is het niet God, die opwekt? En is het niet Jezus die opgewekt wordt? Zo begint het iets meer helder te worden.

In de Evangeliën worden de woorden ‘opgestaan’ en ‘opgewekt’ afgewisseld. In het werkwoord ‘opstaan’ zit meer eigen kracht – je staat zelf op, je denkt: kom laat ik opstaan, van mijn bed opstaan, van mijn stoel opstaan. In het woord ‘opwekken’ ligt dat wat anders. Daar komt het meer van buiten.
Dat kan een wekker zijn, die al of niet repeterend laat merken: het is de hoogste tijd. Het kan ook iemand zijn, die je op iets wijst, je aandacht richt op iets. Zoals iemand, die je opwekt om met Pasen naar de kerk te gaan, of om naar de welkomdienst te gaan deze avond.

Met Pasen valt het opwekken heel gunstig uit. De gekruisigde is niet meer hier, wat meer is, Hij is opgewekt. God vond het de hoogste tijd, want het was de derde dag en nu moest het wezen. En gaandeweg groeit de jubel ”de Heer is waarlijk opgestaan!”.

God heeft Hem opgewekt uit de doden en toen is Hij opgestaan uit die doden. God roept Jezus wakker uit de dood. En Jezus wordt wakker uit de dood en staat op en gaan zijns weegs. Zo ontmoet Hij op wonderlijke maar tegelijk concrete wijze zijn discipelen.

Rembrandt heeft daar zo’n mooie ets van gemaakt: alle discipelen kijken anders naar Hem. De één kijkt ongelovig, de ander kijkt triomfantelijk, de ander vindt het te mooi om waar te zijn, weer een ander denkt: kijk, dat heeft Hij toch maar bereikt, weer een ander denkt: droom ik nou of niet… En zo zijn er allerlei gevoelens af te lezen van die gezichten van de discipelen. Het brengt het wonder van Pasen dichterbij. En ook: dat verschillende mensen er anders op reageren. Maar ook: dat het hetzelfde gebeuren is, waar mensen verschillend op reageren. De Heer is daar en dan ontstaat een gemengd beeld. Een gemengd boeket – de kerk. Kenmerkend blijft: je neemt een houding aan ten aanzien van de opgestane Heer. Wie niet voor Mij is, is tegen Mij en wie niet tegen Mij is, die is voor Mij – horen we Jezus zeggen in het Evangelie.

Zo zal dat dan wel gaan: je bent niet blanco over Jezus. “Wat doet Pasen je?”, werd op de seniorenmiddag van de week gevraagd. Zou Pasen je kunnen doen, wat het Paulus deed, die zei: “Hetzij wij leven, hetzij wij sterven, wij zijn van de Heer”. Want Hij die overwon, zal nooit verlaten wat zijn hand begon.

Ds. Scheltens