Plaats van de kerk in de samenleving

De afgelopen week is binnen en buiten het parlement veel gesproken over: doodstraf, ja of nee. Ook op onze catechisatie kwam het aan de orde. Er was best discussie, want sommige dingen zijn zo erg, daar past geen gewone straf bij. Maar het leven afnemen is geen weg. De andere minister van Justitie, mr. J.P.H. Donner, vertelde, dat hij het afgrijzen over bepaald handelen berijpt en van daaruit ook snapt, dat mensen kunnen zeggen: ‘daar zou je de doodstraf voor moeten hebben’. Hij wees erop, dat zo’n 40 procent van de bevolking dat van mening is. Hij beseft, dat je niet zomaar kunt tegengaan wat er onder de bevolking leeft. Maar je hoeft er ook niet mee te gaan. Daarvoor heb je een goede overtuiging nodig. En zo’n overtuiging draagt minister Donner en voedt die vanuit zijn christelijk geloof en steekt die niet onder stoelen of (kamer-)banken en stelt daarom klip en klaar: “Mensen zijn geen ongedierte!”.

Daarom geen doodstraf (waarover minister Nawijn hardop nadacht) en ook geen ‘permanent verwijderen’ (zoals de heer Zalm bedacht). Het gaat om recht of onrecht, ook in de strafmaat.
Minister Donner: “Straffen is niet een kwestie van wraak. Wraak laat je aan de betrokkenen over. In ons rechtssysteem is straffen een maatregel van de overheid, die zal moeten voldoen aan het recht. Die maatregel kan een element van vergelding bevatten, maar ook een poging om iemand in de samenleving terug te brengen, vanuit een vrij fundamentele opvatting over de mens en vanuit de opvatting dat mensen verbeterbaar zijn. Als wij dat geloof niet hebben, kunnen wij een heel groot deel van wat de overheid doet, schrappen. Vanuit die optiek is de doodstraf als straf onrechtvaardig, ondoelmatig en ineffectief en strijdig met het karakter van straf.”.

In een gesprek met de Volkskrant van 16 november 2002 en ook in het Centraal Weekblad van 21 december 2001, verzucht de minister. De manier waarop over het geloof gepraat wordt, staat mij niet aan. Men laat doorschemeren, dat geloof eigenlijk een beetje achterlijk is, dat het bovendien iets is dat in de particuliere sfeer thuis hoort. Dan denk ik: mensen, zien jullie dan niet dat dat standpunt, het moderne denken, evenzeer berust op een aantal geloofsuitgangspunten?”.

Maandag is er een symposium ter gelegenheid van het 25-jarige ambtsjubileum van dr. Plaisier, de scriba van de SoW-kerken, die samengaan in een kerk, die “Protestantse Kerk in Nederland” gaat heten. Minister Donner is uitgenodigd op dit symposium als hoofdspreker.
Het gaat over de aanwezigheid van de kerk in de samenleving.

Donner’s uitgangspunt is: iedereen handelt vanuit een geloof en dat geloof – religieus of niet – raakt alle terreinen van het leven. Voor de christen is belangrijk zich af te vragen: wat zijn de vruchten van dat geloof? Wat betekent mijn overtuiging voor het publieke domein? Ik vind minister Donner een interessante man. Nee, een clown is hij niet, maar de politieke arena is geen circus!

Ds. Scheltens