Preek van de premier

Premier Mark Rutte hield zondagmorgen 6 november in de Duinzichtkerk in Den Haag de ‘Preek van de leek’. Eerst las hij Matteüs 25: 14-30 over de talenten. Het is een mooie preek. En de keuze van de Bijbeltekst zegt ook veel. Zijn ouders waren van de liefdevolle aanpak, zoals beschreven in 1 Korinthe 13. Die tekst heeft hij thuis vaak gehoord. Het lijden en de wederopstanding van Christus staan voor de troost en de hoop die alles omvatten wat voor ons van belang is. Dat geloof, zegt de premier, heb ik meegenomen in mijn volwassen leven, het hoort bij me. En die vanzelfsprekende aanwezigheid uit mijn kindertijd is er dus eigenlijk nog steeds.
Hij spreekt over zijn geloof: “voor 49 procent twijfel en voor 51 procent een zeker weten. Een instinctief zeker weten, dat bestaat naast het rationele weten. Naast het verstand. Het zijn twee parallelle sporen, zonder wissel ertussen.”

column-20161112-1

Premier Rutte op de preekstoel

Ik geef enkele letterlijke citaten. Wie de hele preekt wil lezen, kan die krijgen via het internet of via mij.

Onze premier zegt: “Deze plek maant tot bezinning op vragen die ik mijzelf normaal niet zo gemakkelijk stel.
Wat betekent de kerk, wat betekent het geloof voor mij persoonlijk?
En wat voor ons samen, als gemeente, als land, als samenleving?
Die vragen zijn voor de hand liggend, de antwoorden zijn dat veel minder.
Een tekst die mij hierbij houvast biedt, vond ik in het Matheusevangelie.
In de gelijkenis van de talenten die ik u net mocht voorlezen.
De eerste twee knechten werden beloond voor hun betrouwbaarheid.
Zij hadden met hun talenten als goed rentmeester verantwoordelijk gehandeld.
De derde, die dit naliet en zijn ene talent had begraven, werd gestraft.
Hij moest het huis verlaten.
Deze gelijkenis staat natuurlijk in de eerste plaats voor ons persoonlijk geloof en hoe dat tijdens ons leven continu inzet vraagt om het sterker te maken.
De eerste twee knechten komen daardoor dichter bij God.
De derde knecht, die niets doet, raakt door zijn handelen van God verwijderd.
Wie van ons kan met volle overtuiging zeggen dat hij of zij altijd de eerste of tweede knecht is, en nooit de derde?
Ik vermoed niemand en zo zet deze gelijkenis aan het denken over onze taak en opdracht in het leven.
Voor mij heeft dit verhaal inderdaad ook die bredere betekenis.
Om in de beeldspraak van de vergelijking te blijven: het geloof geeft ons als mensen en als samenleving een aantal talenten en het is onze verantwoordelijkheid hoe we daarmee omgaan.
Geloofstradities als persoonlijk en maatschappelijk kapitaal dus.
Als we daarmee woekeren in de goede zin van het woord, voegt dat waarde toe aan ons eigen leven en de samenleving als geheel.
Als we ze ongebruikt laten, verliezen we iets essentieels.”

Het is opmerkelijk om uit de mond van de premier zo iets positiefs te horen over geloofstradities: knoop het maar in je oren – sla ‘t maar op de harde schijf op.

column-201611112-2

Persoonlijk praatje na de preek

De premier is in de Scheveningse wijk Duttendel opgegroeid en kerkte in de Badkapel. Hij was onder de indruk van de verhalen over Simson en Salomo.
Hij zegt: “Salomo worden leek mij als kind overigens ook wel wat.
Ik zag dat helemaal voor me: de hele dag wijze en rechtvaardige besluiten nemen en dan tegen de avond alleen maar mensen die je dankbaar zijn en tevreden naar huis gaan. Je zou hier een vroege beroepskeuze in kunnen zien.
Want u ziet misschien ook meteen de parallel met de politiek en mijn huidige baan.
Alhoewel ik daar aan toe moet voegen dat ik de wijsheid van Salomo natuurlijk niet eens benader.

De premier verwees naar de Freek de Jonge, die ooit in een interview zei:
‘Niets heeft betekenis, we geven er betekenis aan. De godsdienst kan je daar in trainen. Als dat wegvalt worden we manipuleerbaar en robotesk in onze reacties.’

Rutte zegt daarover: “Ook dat klinkt in eerst instantie nogal instrumenteel.
Maar laat deze woorden even op u inwerken. Wat De Jonge zegt is: het geloof geeft niet alleen betekenis. Het werpt ook een dam op tegen het betekenisloze, dus tegen leegte en onverschilligheid. Het maakt mensen weerbaar en zelfstandig, want niet-manipuleerbaar.
En misschien is dat wel waarom zoveel mensen, ook mensen die niet wekelijks een dienst bezoeken, op de grote momenten in het leven weer op zoek gaan naar de kerk van hun jeugd.
Op zoek naar zingeving en inspiratie.
De behoefte aan rituelen, aan ‘rites de passages’ op de belangrijke momenten in ons leven, zit ingebakken in ieder van ons.
De warmte en de saamhorigheid van de kerstavonddienst of de nachtmis.
De troost van een kerkelijke uitvaart.
We blijven daarop teruggrijpen.
Ze bieden houvast, vertrouwen én levensmoed.
Over maatschappelijk kapitaal gesproken.
Die inspiratie van en door het geloof zien we ook terug in de concrete betrokkenheid tussen mensen onderling.
Dat Nederland wereldkampioen vrijwilligerswerk is, dat we relatief gul zijn voor goede doelen, dat ons sociale vangnet internationaal zijn gelijke nauwelijks kent – het is allemaal niet goed denkbaar zonder daar de maatschappelijke rol van het geloof en de kerken bij te betrekken.
Het begrip ‘omzien naar elkaar’ is in ons land diepgeworteld.
Veel dieper dan de wetten en regelingen waarin we dat collectief geregeld hebben.
Denk nog even terug aan het droevige lot van die derde knecht uit de gelijkenis van de talenten.
Jezus zelf heeft ons voorgeleefd hoe het erop aankomt juist die mensen de hand te reiken, die hun plaats in de samenleving dreigen te verliezen.”

column-20161112-3

Na afloop nam de premier de tijd voor

koffie en een praatje met de kerkgangers

En dan noemt de premier drie belangrijke zaken die hier mee samenhangen – naast het omzien naar elkaar: diaconie, verdraagzaamheid en verantwoordelijkheid.

Hij sluit af met de volgende samenvatting: “Beste mensen, ik heb gesproken over de basis waarop ik persoonlijk sta: het geloof van mijn jeugd.
Over de 51 procent zekerheid dat er meer is – en hoe dat rust geeft.
Over herinneringen en tradities die ik bewaar en koester.
Als talenten die mij in bewaring zijn gegeven, om ze goed te gebruiken.
Maar het geloof is ook een basis waarop we gezamenlijk staan.
Omdat geloofswaarden in de loop der tijd zijn uitgeroeid tot dragende gemeenschappelijke normen en waarden; misschien in geseculariseerde vorm, maar vaak nog zeer herkenbaar in hun religieuze herkomst.
Omzien naar elkaar, verdraagzaamheid en verantwoordelijkheid.
Het is maatschappelijk kapitaal, dat verplicht tot actief beheer.
Want die normen en waarden zijn geen vanzelfsprekend of rustig bezit.
Zeker niet in het hier en nu.
En juist daarom moeten we ze respecteren, onderhouden en uitdragen.
En er elkaar ook op aanspreken.
Niet om het oude te bewaren, als doel op zich.
Maar wel – om het met de apostel Paulus te zeggen – om het goede te behouden.
En dat is veel.
Er is ons persoonlijk leven en ons land heel veel om dankbaar voor te zijn en op verder te bouwen.
En het geloof en de kerken spelen daarin op verschillende niveaus een grote rol.
Voor ieder van ons persoonlijk en in het grote geheel.
Maar het geloof biedt geen kant-en-klare handleiding voor een perfect leven en een perfecte samenleving.
Laat ik daar afsluitend dit over zeggen.
Voor mij geldt als gelovige dat juist de twijfel betekenis geeft aan de zekerheid.
Dat hoort bij elkaar.
En ik probeer dat ook in mijn werk in praktijk te brengen.
Omdat twijfel tot inzicht leidt en helpt er elke dag opnieuw het beste van te maken.
En onze talenten maximaal te benutten.
En daarmee kom ik aan mijn afsluitende dank je wel.
Voor uw aandacht.
En voor het zelfonderzoek dat aan deze zondag vooraf ging.
Dank u wel.”

Vandaag dus geen column over de gekozen president Donald Trump maar over de Nederlandse premier die iets vertelt over zijn geloof. Dat mag wel gehoord worden!

Ds. Wim Scheltens