Rotsvast

Met belangstelling lees ik de columns van Ger Groot in het dagblad Trouw. Op de website van Trouw, d.d. 5 juni jl. had hij het over de rotsvastheid van religies, maar niet heus.

Hij schrijft o.a.: “Want godsdiensten mogen zich zo eeuwig-rotsvast voordoen als ze willen, in werkelijkheid veranderen zij voortdurend. De boeken zijn heilig, maar de omgang ermee staat heel wat soepelheid toe. Christendom is liefde, heet het vandaag de dag – maar dat Jezus óók gekomen zei te zijn om het zwaard te brengen verzwijgen we maar liever.
Zelfs de conservatiefste joden houden zich godzijdank níet aan wat de Tenach allemaal gebiedt. Christenen vallen Paulus massaal af door ook vrouwen in de kerk het woord te geven. En alle drie de schriftgodsdiensten beschouwen de wrekende, schrikwekkende dondergod uit hun oudste tradities inmiddels als overleefd.”

Column 20160611.1Rotsvast

Dat godsdiensten doen alsof ze rotsvast zijn, was voor mij een bijzondere uitspraak.

Dat God liefde is, dat is rotsvast. Dat God uit liefde zijn Zoon gezonden heeft om ons  behoud, dat is rotsvast. Niet godsdienst is rotsvast, maar God is rotsvast en daarop kun je jouw geloof bouwen zonder beschaamd uit te komen.

Geloof en geloofsvertrouwen zijn nooit rotsvast, maar kwetsbaar en soms wankel.

Dat in veel kerken vrouwen het woord voeren, is een ander niveau. Dat heeft te maken met uitvoering en culturele invulling van dat ‘rotsvaste’ geloof. De geloofsbeleving en vormgeving ontwikkelen zich. En gaandeweg is ‘de vrouw in het ambt’ als een weldaad ervaren om de eenzijdigheid terug te dringen en veelvormigheid van Gods gaven tot uitdrukking te laten komen.

Hebben we afgedaan met een schrikwekkende dondergod? Heeft Israël en heeft de Kerk ooit geloofd in een dondergod? Wel in een God, die zegt: “Mij komt de wrake toe!”. Dat kon wel eens vooral zijn om de wraakgevoelens uit ons hart weg te nemen.

Wij geloven in Christus die oordeelt de levenden en de doden. En we weten diep in ons hart, dat de Goede Herder dat oordeel drenkt in de vergeving der zonden.

Helaas zijn er godsdiensten en godsdienstige gedachten, die het werk van een dondergod in eigen hand nemen en zo zien we de Assyriërs (in de tijd van o.a. Hizkia), de Nazi’s en de Jappen (in WO II) en de IS (in onze dagen).

Dat Christus het zwaard brengt, hoeft ons niet meteen te laten denken aan een metalen zwaard. Het kan ook het tweesnijdende zwaard van Gods Woord zijn: als bron en norm.

Column 20160611.2

Gods Woord als bron en norm

Godsdiensten gaan om met hun bronnen en boeken; en de uitleg en de beleving van die uitleg ontwikkelen zich. Soms weerspiegelt de actuele invulling de tijdgeest.

Daarom is het de roeping van de kerk om zelfkritisch te blijven en zich steeds te hervormen in de richting van een beter verstaan van de eigen bronnen.

En de manier van spreken over het geloof hoeft niet meteen en alleen te gaan over dreiging met hel en verdoemenis.

Je kunt in onze tijd meer aandacht krijgen, als je spreekt over jouw ontdekkingsvreugde rond het beleven van wie God voor ons wil zijn: Schepper en verbonds-God en dat zijn trouw eeuwig is, ondanks onze trouw of ontrouw. Zo zijn de verhoudingen en dat is al eeuwen zo; en dat zal zo blijven ook, tot in eeuwigheid.

Ds. Wim Scheltens