Schoon schip – wordt het schip ooit schoon…

Maarten Luther heeft een onfrisse kant. Wat hij over Joden heeft gezegd, kan niet. Weliswaar heeft  het antisemitisme een lange Europese geschiedenis. Maar Luther heeft hierin een akelige rol gespeeld. De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) neemt daarom afstand van de Jodenhaat van Luther en wijst zijn verschrikkelijke uitlatingen over Joden met klem af. Men zegt, dat Luther teleurgesteld was op zijn oude dag, omdat Joden niet massaal over zijn gekomen naar zijn reformatie, waarin het om Christus en om Hem alleen draaide. Niet alleen Luther is lelijk over Joden…

Abraham Kuyper

In het Nederlands Dagblad van 14 april geeft Willem Bouwman een bloemlezing uit het werk van Abraham Kuyper met akelige uitlatingen over Joden en het Jodendom.

– In 1875 schreef Kuyper in De Standaard (zijn eigen krant) over het grote aantal Joden dat kandidaat stond voor de Tweede Kamer. ‘Of de Conservatieven dan wel de Liberalen het orgel trapten, maakte geen verschil. Zonder een Jood onder de candidaten, dorst men geen biljet bij de kiezers rondzenden.’

Kuyper had moeite met Joodse kandidaten voor de Tweede Kamer, omdat ze niet de Nederlandse maar de Joodse belangen zouden verdedigen. Anders dan de hugenoten en andere geloofsvluchtelingen waren ze immers nooit geïntegreerd.

Column 20160416.1

Abraham Kuyper

Volgens Kuyper vormden ze een eigen natie, ze waren anders dan anderen, vaak beter dan anderen. Joden blonken uit als journalist, advocaat en handelaar, in Nederland en in heel Europa. Ze vormden een ‘oppermachtige, nauw aaneengesloten Europese côterie’ met een ‘ongelooflijken, ver reikenden, alomvattenden invloed’. Hoewel er in heel Europa slechts één miljoen Joden zouden zijn, was hun macht nog groter dan die van de Rooms-Katholieke Kerk. Over heel Europa spanden ze hun net, vond Kuyper.

– Kuypers houding jegens het Jodendom staat niet los van zijn strijd voor het bijzonder lager onderwijs, dat destijds nog niet gesubsidieerd was. In 1878 kwam de liberale minister Kappeyne van de Coppello met een wet die het lager onderwijs nog duurder maakte. Om te voorkomen dat de wet van kracht werd, organiseerde Kuyper een landelijke petitie, het volkspetitionnement van 1878, zonder resultaat, want de wet werd door de koning ondertekend. In de liberale pers werd Kuyper met pek en veren ingesmeerd. Volgens Kuyper was dat vooral het werk van de Joden, want zij zouden de liberale pers beheersen. In een serie artikelen in De Standaard, onder de titel ‘Liberalisten en Joden’, sloeg hij van zich af. Kuyper schreef dat ‘onder den mantel van het Liberalisme, metterdaad de Joden heer en meester in ons werelddeel zijn geworden’. Met de liberalen deelden de Joden hun afkeer van het orthodoxe christendom. Beide groepen deden hun best ‘om wat nog niet van den Christus afviel, machteloos te houden en al vast de geheele ontwijding en ontkerstening door te drijven van het publieke terrein’.

Verlichte christenen accepteerden het, omdat ze zich schaamden voor het onrecht dat de Joden de eeuwen door was aangedaan. En kritiek op de Joden vinden ze verraad aan de heilige zaak van beschaving en vooruitgang.

Ten onrechte, vond Kuyper, want zo werden de Joden boven kritiek gesteld, ‘veilig achter het ondoordringbaar schild van weleer geleden onrecht’.

Column 20160416.2

– Later keerde Kuyper zich ook tegen gereformeerden die sympathiseerden met het Jodendom. Ze moesten zich eens afvragen of hun liefde voor Christus, ‘dien de Joden aan het kruis geslagen hebben’, geen schade leed door hun sympathie voor de Joden.

De artikelenreeks ‘Liberalisten en Joden’ verscheen als brochure en als bijlage in Ons Program, Kuypers programma voor de Anti-revolutionaire Partij. Zijn uitlatingen over de Joden waren onderdeel van zijn politieke strijd, tegen het samengaan van Joden en liberalen in een antichristelijke coalitie. Sommige tegenstanders lieten zich niet overtuigen en noemden hem een antisemiet.

In 1905 en 1906, na zijn aftreden als minister-president, maakte Kuyper een reis rond de Middellandse Zee. Van zijn reis deed hij verslag in ‘Om de oude wereldzee’. Daarin was een hoofdstuk ‘Het Joodsche probleem’. Kuyper ontdekte, dat bordelen in Moldavië vaak in Joodse handen waren. Ook schreef hij, dat er onder de Joden zo veel krankzinnigen waren en dat de Europese beurzen door Joden werden beheerst en dat handelen met Joden zo onaangenaam was, omdat ‘de Jood te chôchem, te slim’ zou zijn. Bloedige Jodenvervolgingen in Rusland wees hij af. Maar de Joden konden beter verplaatst worden naar Oost-Rusland, ‘waar terrein te over braak ligt’.

Na de oorlog

De afschuwelijke moord op 6 miljoen Joden heeft na de oorlog in de kerk grote indruk gemaakt. ‘Geloven na Auschwitz?’ is een sterk thema geworden. Als zoiets ergs gebeuren kan, is er dan wel een God? Zo groeide een nieuwe solidariteit met het leed van de Joden. Hun lijden is ons lijden geworden. Het verdiept de Godsvraag: de dood van zoveel Joden raakt de geloofwaardigheid van mijn geloof. Want uw God is mijn God (zoals Ruth beleden heeft).

Keerpunt

Dit is een belangrijk keerpunt geworden in de waardering van het Joodse volk. Zo kwam naast de tekst met de uitroep van het volk: ‘Laat zijn bloed dan maar ons worden aangerekend’ (Matteüs 27:25) een andere tekst in beeld met een uitspraak van Jezus: ‘Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen’ (Lucas 23:34). Daarin zit meer, dat bij geloof past. Denk eens aan Gods trouw, die onveranderlijk is ook voor zijn oude bondsvolk. ‘Kerk in plaats van Israël’ is een vervangingsleer, die haaks staat op de trouw van God. Daarbij past geen parmantigheid van: ‘zo zit dat!’ – dat is grappig in een sketch, maar niet in de wereld van geloof en vertrouwen.

Schoon schip…

De PKN wil schoon schip maken voor ‘500 jaar Reformatie’. Als we thuis een feestje gaan vieren, ruimen we ook de rommel in ons huis op. Het is goed dat de PKN dat ook doet met de ‘onfrisse’ kanten van Luther en anti-joodse uitlatingen van anderen.

Krijgen wij ons schip ooit wel schoon? Misschien als we blijven boenen, maar ‘anti-dit-en-dat’ zit ons in het bloed. We kunnen elkaar beter in liefdevolle omgang attent houden, zodat vooroordelen het niet winnen. De ontmoeting van Jezus met Thomas is daarvan een verademend voorbeeld. Jezus neemt de moeite om Thomas serieus te nemen en in dat spoor neemt Thomas Jezus serieus: ’mijn Here en mijn God’.

Ds. Wim Scheltens