Uitlegkunde en inlegkunde

 

‘We zouden als protestanten eens moeten ophouden met het net zo lang uitwringen van Bijbelteksten tot ze eindelijk zeggen wat wij graag willen.’ Die zin heeft prof. Ad de Bruijne (vrijgemaakt gereformeerde hoogleraar in Kampen) in een column geschreven in het Nederlands Dagblad van 10 juni 2017.

Die zin kan altijd weer gebruikt en ook misbruikt worden.

Dat gebeurt nu ook, nu de synode van de vrijgemaakt gereformeerde kerken de ambten geheel opent voor vrouwen.

Want eerst heette het: de Bijbel is tegen de vrouw in het ambt.

En nu opeens klinkt: de Bijbel is voor de vrouw in het ambt, want in Christus nog man noch vrouw (Galaten 3).

 

Weer een andere zegswijze luidt: iedere ketter vindt zijn letter.

Laat ik een herinnering ophalen uit de vele wijsheden die ik van prof. Herman Ridderbos (hoogleraar Nieuwe Testament in Kampen) heb geleerd. Vooropgesteld: ook hij was niet volmaakt.

Het ging over zijn ervaring met de synode van de toenmalige Gereformeerde Kerken in Nederland (nu in de PKN), die zich boog over de vraag, of vrouwen ook konden worden toegelaten in het kerkelijk ambt.

Dat was in de zestiger jaren van de vorige eeuw.

Hij was voor, maar had moeite met het schriftberoep. Je laat Paulus buikspreken, als je het zo uitlegt, dat hij voor de vrouw in het ambt is.

Die tekst over ‘In Christus is nog man noch vrouw’ gaat helemaal niet over het ambt.

Ridderbos was voor de vrouw in het ambt. Omdat de tijd er rijp voor was. Omdat de gaven die God aan vrouwen heeft gegeven niet onbenut moeten blijven. En dat is andere koek.

Dat is dus niet de tekst kneden met inlegkunde, zodat die tekst gaat zeggen, wat jij erin legt. Want dat zou taalkundig onnozel zijn en theologisch een dwaling van de eerste orde vormen.

Waarom niet gewoon zeggen: de Bijbel heeft een ander geluid.

Maar wij laten de voordelen veel zwaarder wegen. Waarom zou een vrouw niet mogen getuigen, dat de Geest ons leert zeggen: Jezus is Heer!

Het is geen inlegkunde, als je bewust er voor kiest om onderscheid te maken tussen culturele ontwikkeling en de inhoud van het geloof.

Wij geloven niet in de mannelijke dominee, wij geloven in de drie-enige God en dat de Geest uitgestort is op alle vlees (mensen).

Paulus koos er voor op het apostelconvent (Handelingen 15) de besnijdenis bij Israël te laten en niet toe te passen in de kerk.

De kerk koos de rustdag niet op de sabbat te houden maar op de zondag te vieren, omdat de zondag de dag van de opstanding van Christus is.

Calvijn koos ervoor om de ceremoniële wetten en de strafwetten en de Joodse feesten niet van toepassing te laten zijn in de kerk, maar te laten aan Israël.

Ik herinner me nog een mooie verzuchting van prof. Ridderbos.

Op college zei hij eens: “De Heilige Geest is niet zo gereformeerd als ik zou wensen”. Dat is een mooie uitspraak om het eigen gelijk betrekkelijk te maken.

Daar kunnen we van leren.
Ook in tegenstellingen en conflicten.

Nog twee dingen:

1. De Bijbel geeft geloofsinhoud en motieven door. Als je de tien geboden of de Bergrede van Jezus goed bekijkt, ontdek je hoofdlijnen en uitgangspunten. En daar kun jij je keuzes aan opladen. Maar jouw keuze is jouw eigen verantwoordelijkheid. En je moet niet gek staan te kijken, als jouw keuze verkeerd kan uitpakken, want jij hebt de waarheid niet in pacht.

2. De Bijbel is geen receptenboek, maar geeft door wat is gebeurd en wat is ervaren in relatie tot geloof en ongeloof. Nooit kunnen we een kopie maken van een gebeurtenis uit de Bijbel in het hier en nu. We kunnen er lering uit trekken. We kunnen eruit opmaken, hoe goed het is, dat God erbij is.

En in een preek of pastoraal gesprek kan de Bijbel hulp bieden. Een preek vervangt de Bijbel niet! In allerlei verschillende omstandigheden kan vanuit de Bijbel het licht van Gods genade ons verder brengen.

Ds. Wim Scheltens