Vanuit de diepte.

Gedurende onze vakantie las ik in het Nederlands Dagblad van 17 juli 2017 een actualisatie van een bekende uitspraak van Luther. Het gaat over het volgende.
Wantrouwen is geen goede gids. Zo vertelt Graham Tomlin, de anglicaanse bisschop van Kensington (hulpbisschop in het anglicaanse bisdom Londen). Want zo stelt hij: ‘Een samenleving gedijt bij vertrouwen en gaat aan wantrouwen kapot.’ Dat denk ik met hem.

Daarbij gebruikt hij de gedachte van Maarten Luther over ‘sola fides iustificat’. De manier waarop dit gebeurt gaat mij wel wat te ver. Vooral als de bedoeling om de hoek komt kijken door de gekozen vertaling van dit Latijnse gezegde. Tomlin vertaalt: ‘alleen vertrouwen maakt het weer goed’.
‘Fides’ is bij Luther allereerst: geloof. En allermeest ook.
In de Nieuwtestamentische wetenschap is geloof ook te zien als vertrouwen, ja als geloofsvertrouwen. Dat God het kwade goed maakt, dat de verzoening zijn werk zal doen, zodat de zondaar gerechtvaardigd wordt in en door Christus.
En de iustificatie (rechtvaardig-making) is bij Luther: alleen door Christus en juist niet door andere ‘gezagsdragers’.
Als je Luther erbij haalt, komt zijn gedachtegoed mee: simul justus ac peccator – zowel gerechtvaardigd als zondaar. Bij Luther komt het nooit ‘zomaar’ goed. De mens moet door het stof. De mens moet bij Luther weten dat vergeving anders werkt dan een eenvoudige druk op de knop van een volautomatische wasmachine. De mens moet vanuit de diepte en aangevochten wachten op het verlossend werk van God in Christus. En niet geloof bewerkt dat. Maar Christus bewerkt dat via en door middel van het geloof.


“Als ik niet door getuigenissen van de Schrift en heldere verstandelijke redenen overtuigd wordt; want noch tegen de paus noch tegen de concilies alleen geloof ik, dat het vaststaat, dat ze vaak gedwaald en zichzelf tegengesproken hebben, daarom ben ik door de plaatsen van de Heilige Schrift, die ik naar voren gebracht heb, in mijn geweten overwonnen en gevangen in het Woord van God. Daarom kan en wil ik niets herroepen, omdat het niet heilzaam is iets tegen het geweten in te doen. God helpe mij, Amen!”
De beroemde woorden “Hier sta ik en ik kan niet anders!” worden wel toegeschreven aan Luther en zijn ook kenmerkend geworden voor Luther (zie de sokken), maar stammen niet van Luther.
Als we ons opmaken voor de viering van 500 jaar reformatie mogen we proberen recht te doen aan de diepte van Luther, die het wonder van de genade zo hoog schat, dat hij daarvoor eerst diep door het stof moet om zich dat gaandeweg toe te kunnen eigenen.
In de komende tijd wil ik daar graag aandacht aan besteden tot 31 oktober 2017 en daarna.
Luther spreekt over ‘een vrolijke ruil’: Christus is rijk en wordt arm voor ons en deelt ons zo in zijn rijkdom – Christus neemt onze armoe en geeft ons zijn rijkom. Dat heeft Luther van Paulus, die zegt: “Gij kent immers de genade van onze Here Jezus [Christus], dat Hij om uwentwil arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat gij door zijn armoede rijk zoudt worden.” (1 Korintiërs 8:9)
Dat is doorleefd geloof vanuit een diepe beleving.
Dat kun je niet zomaar toepassen op weerbarstige sociale en politieke en economische problemen. Of wel soms?
Ds. Wim Scheltens