Verboden vruchten – Boekenweek 2017

Vandaag begint de Boekenweek.

Het thema ‘verboden vruchten’ doet denken aan de vrouw en de vrucht uit Genesis 3. Eva is haar naam. De slang kruipt waar hij niet gaan kan. Hij kronkelt zich namelijk in de boom die op afstand moet blijven. Die boom is er wel, maar alleen om naar de kijken en te beseffen: er zijn grenzen. En te voelen: die grens kan ik beter niet overschrijden.

Waarom? Omdat er een gezag is dat mijn pet te boven gaat.

Hoe weet ik dat? Omdat er een signaal uitging: overal mag je van proeven, maar die ene boom is te heilig voor een mens. Aan zo iets bijzonders als zo’n boom, daar vertil je je aan. Want je komt op een spoor waar je niet voor bestemd bent. Het leven kent zijn gevaren.

De zondeval, pentekening van Rembrandt (1538)

Dit thema uit Genesis 3 geeft samen met het gouden kalf uit Exodus 32 aan, dat er grenzen zijn, die je beter niet kunt overschrijden. Zou dit thema ook aan de orde komen in de Boekenweek?

Of zijn verboden vruchten alleen maar lekker.

Zoals het gouden kalf staat voor: jezelf een heilig iets in elkaar knutselen.

Zoals de afgod van: geld hebben en nog meer geld binnenhalen. Dat lijkt zo lekker.

En ondertussen het gezag dat boven onze pet gaat wegwuiven? Omdat we ondertussen wel weten wat goed is voor ons? Je losmaken uit je afkomst.

Los laten, dat God je geschapen heeft.

Je eigen boontjes doppen: autonoom zijn.

En dat vooral, omdat we ons het gerief niet willen laten afnemen?


De aanbidding van het gouden kalf
(Nicolas Poussin, 1634)

Het gouden kalf is in de Bijbel een verboden vrucht.

Door wie verboden?

Niet door een zuurpuim die de zon niet in het water kan zien schijnen.

Door de Here, onze God, die ons gewild heeft. Hij heeft ons geschapen. Hij heeft ons geluk en heil voor ogen heeft. Hij wil een relatie met ons onderhouden en ons zo bezielen.

Hij wijst ons op grenzen. Die grenzen hebben te maken met het gevaar van zelfoverschatting en gebrek aan zelfbeheersing, van buiten de boot vallen en dwalen als schapen zonder herder.

De slang en de vrucht – hoe Bijbels kan het zijn?

 

In het logo van de Boekenweek 2017 zien we een vrucht (een appel) met een slang daaromheen kronkelend. De gedachte hierover is nog niet ingevuld.

Dat zal deze week wel gebeuren.

Laat u het over aan de schrijvers en de journalisten en de columnisten? Of gaat u zelf ook aan de slag, hoe u die gedachten van de appel en de slang invult voor uzelf?

Spreken  grenzen nog aan? Of laten we het begrip ‘grenzen’ over aan hen die roepen: ‘sluit onze grenzen!’. Alsof dat de grenzen zijn van Genesis 3 en Exodus 32… Ik bedoel andere grenzen –  in de zin van: “Zet, Heer, een wacht voor mijne lippen’. Zo heet dat in Psalm 141 :3. Dat is de Bijbelse achtergrond van grenzen.

Speelt het begrip ‘verleiding’ nog in onze dagen? Dat je tot iets geneigd bent, wat je beter niet kunt doen? En dat je daar jezelf voor tot de orde roept?

Spreuken 16: 32 adviseert: “Beter een geduldig mens dan een vechtjas, beter zelfbeheersing dan een stad veroveren.”.

Verboden vruchten zouden zo zoet zijn. Ik denk aan een regeltje uit Psalm 34: 9 “Proef, en geniet de goedheid van de HEER, gelukkig de mens die bij hem schuilt.”.

Dat is geen verboden vrucht, maar een aanbevolen vrucht, aanbevolen van hogerhand – van dat gezag waar je met je pet niet bij kunt. Wel een heilzaam advies!

Nog een mooie vrucht is de vrucht van de Geest, die uitwaaiert in negen kostelijke levenshoudingen: liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.

Daar heb je het weer: zelfbeheersing.

Ds. Wim Scheltens