Verdraagzaamheid en de grondwet en uit welk vaatje tap je… 

 

Woensdag mogen we stemmen voor de Tweede Kamer van de Staten Generaal. Niet iedereen doet mee met het rood maken van één vakje waarachter de naam van je keuze staat.

Het rode potlood om te stemmen

In de 19de  eeuw mochten alleen mensen stemmen, die een bepaald niveau belasting betaalden – dat was het ‘censuskiesrecht’. Pas in 1917 is het algemeen kiesrecht voor mannen ingevoerd. Twee jaar later (in 1919) kregen ook vrouwen stemrecht en was er sprake van algemeen kiesrecht. Zo’n 30-35 procent van de stemgerechtigden komt niet naar de stembus. Dat is vreemd. De democratische rechten verdienen een betere waardering. Het is wel goed om te beseffen, dat het vooral de christelijke partijen in de 19de eeuw zijn geweest die dat kiesrecht wilden verruimen. Heeft ook te maken met de strijd voor het christelijk onderwijs. Typisch Nederlands allemaal.

Een Chinese acrobate van Circusvoorstelling Splendid zweeft

boven de boulevard van Scheveningen tijdens een repetitie afgelopen zomer

Nu is het interessant, als je zegt, dat je nog zweeft. En het is een heel aardig gezelschapspel om te kijken tussen welke partijen je dan nog zweeft.

Ik houd meer van uitgangspunten. Uit welk vaatje tap je, zo gezegd.

In het dagblad Trouw van 4 maart schreef James Kennedy erover hoe verdraagzaam Nederlanders eigenlijk zijn. Hij zegt, dat we trots zijn op de eigen verdraagzaamheid en vrijheden, maar kritisch op groepen die deze idealen niet willen omarmen. Gelukkig ziet de schrijver ook, dat het aanvaarden van anderen niet bij de ander begint maar bij jezelf. De ‘Nederlandse verdraagzaamheid’ verandert als de idealen niet dezelfde zijn. Voor mij is verdraagzaamheid een grondhouding vanuit het geloof, dat God de God is van alle mensen, namelijk als onze Schepper. Daarbij komt, dat Hij de God van Abraham, Isaac en Jacob is, de Vader van onze Here Jezus Christus. Daaruit ontrolt een levensprogramma, dat spoort met het Koninkrijk van God. Zo kennen we de Tien Geboden en de Bergrede. Dat is geen toetsingsmechanisme maar een inspiratiebron.

In het dagblad Trouw van zaterdag 4 maart heeft Bas de Gaaij Fortman aandacht gevraagd voor de plaats van de Grondwet. Hij vindt dat we de partijprogramma’s aan de Grondwet moeten toetsen. Dat gaat vooral over gelijke rechten en vrijheden.

Dat heeft ook te maken met de uitgangspunten: uit welk vaatje tap je.

Er zweeft een geest van korte termijn denken in ons land. Ook een populistische geest zweeft door Europa. Een geest van onvrede: we zijn het zat. We moeten allereerst denken aan onszelf, dat is in het kort het hele verhaal.

Christus als de verpersoonlijking van Gods liefde met gevolgen voor naastenliefde

Ze zeggen, dat de verkiezingen dit jaar gaan over normen en waarden.

Niet over koopkracht, ook al pruttelt de voorman van 50+ aldoor over geïndexeerde AOW. Als het dan toch over waarden en normen gaat, dan hoop ik dat we als kerkelijke gemeente de waarden van de grondwet en de norm van naastenliefde als uitgangspunt kiezen. Dat we weten, dat we gedoopt zijn. Ja, uit welk vaatje tap je dan? Dat we belijdend christen zijn en niet mee hollen met de tijdgeest. En dat we goedkope genade afwijzen. En dat we verdraagzaamheid hooghouden, ook als we het niet zomaar eens kunnen worden met een ander. Het zou in onze situatie wel eens het beste kunnen passen bij wat God met ons voorheeft.                                                           Ds. Wim Scheltens