Verkondigen van het evangelie in een veranderde cultuur

 

In het Nederlands Dagblad is een interessante discussie gaande over hoe je vandaag de dag het Evangelie moet belichten.

Ik lees: “Wie vandaag nog over God wil praten, moet lef hebben, zei Gert-Jan Roest vrijdag 12 mei 2017 op de Theologische Universiteit Apeldoorn. Hij moet durven zeggen dat schuld en vergeving niet de kern van het geloof vormen. En hemel en hel ook niet.”

Nu is Gert-Jan Roest al jarenlang voorganger van Via Nova in Amsterdam.

Hij moest op een gespreksgroep van atheïsten, vrijdenkers en boeddhisten eens uitleggen wat reiniging door het bloed van Jezus betekende. Het lukte niet. “Bloed als reinigingsmetafoor werd gezien als weerzinwekkend. Men nam het mij echt kwalijk.” Enkele leden van de gespreksgroep gingen weg en kwamen nooit meer terug.

Reinigingsmiddelen

Het is een interessant punt: verkondigen van het evangelie in een cultuur die totaal veranderd is.

Dr. Roest stelt, dat in Jezus’ leven, sterven, en opstanding het Koninkrijk van God is doorgebroken en dat dit gaat uitlopen op de vernieuwing van de hele schepping. Daarom is het volgens Roest zinvol om niet over verzoening als begrip te spreken, maar meer over die vernieuwing als uitwerking van verzoening. De vraag of onze ziel naar de hemel of hel gaat, komt in een breder kader te staan, als we een meer Joods en Bijbels toekomstperspectief daarbij tekenen. Zijn punt is: mensen lopen niet rond met hun schuld tegenover God; wel met andere vragen – en daar kunnen we dan beter op ingaan.

Aan de appels zie je dat het een appelboom is

In zo’n discussie denk ik graag aan de Bijbelse beeldspraak van Jezus: aan de vruchten kent men de boom (Matteüs 7:16-20). Dat is een mooie beeldspraak. Want vruchten kunnen pas aan een boom groeien, als de wortelen goed functioneren. Het gaat om een goed fundament onder je spreken. En dat je laat merken, dat je ook zelf gelooft.

Paulus stelt duidelijk in 1 Korintiërs 15, dat het evangelie waardoor we zalig worden, als we er maar aan vasthouden, uit vier elementen bestaat. Dat zijn twee feiten: de dood en opstanding van de Here Jezus.

En dat zijn twee dingen die deze feiten betekenis geven: het is ‘voor onze zonden’ en ‘overeenkomstig de schriften’.

Nog vier dingen over het fundament om in je achterhoofd te houden wanneer je over het geloof in Jezus spreekt. 1. Jezus’ dood verzoent ons met God; 2. Jezus stierf in onze plaats; 3. Jezus is gestraft voor mijn en jouw zonde; 4. Als wij niet verder kunnen leven op aarde, wil God ons opvangen in het  Vaderhuis met de vele woningen.

Moet je die dingen nu ook zeggen?

Alsjeblieft niet! Begin, als dat kan, over wat jij ziet in Jezus, hoe je geboeid raakt door wat Hij zegt en doet. Hoe Jezus met Zacheüs omgaat, hoe Jezus niet voorbijgaat aan Bartimeüs. Hoe Jezus doet met het dochtertje van Jaïrus, of met de soldaat van de Romeinse kapitein in Kapernaüm.

Of hoe Jezus vlak voor zijn arrestatie rustig een brood neemt en van dat brood iedereen een stukje geeft en rustig aangeeft: dit is mijn lichaam, eet het stukje brood in geloof, dat Ik mijn lichaam geef voor jou.

En dat dit niet vrijblijvend is, maar dat dit doorwerkt in je levenshouding.

Dat vergeving en verzoening iets zijn van Jezus, wat Hij ook bij jou graag ziet doorwerken in verzoeningsgezindheid en vergevingsgezindheid.

Dat woord ‘gezindheid’ komt ook bij Paulus voor: laat die gezindheid bij je zijn, die ook in Christus Jezus was (Filippenzen 2:5).

 

Dat je onder de indruk raakt van oude woorden, zoals in Jesaja, die al eeuwen meegaan en steeds verrassend actueel blijven: “Is het niet: je brood delen met de hongerige, onderdak bieden aan armen zonder huis, iemand kleden die naakt rondloopt, je bekommeren om je medemensen?” (Jesaja 58:7). En hoe Jezus daar naadloos bij aansluit, dat als je iemand helpt die honger of dorst heeft, dat je dat aan Jezus doet. Of dat je iemand bezoekt, die ziek is of in de gevangens zit, dat je dat bezoek aan Jezus brengt (zie Matteüs 25).

Van iemand hoor ik: sommige mensen zijn wel christen, maar je ziet het niet. Je merkt het niet, zal hij bedoelen. Soms valt het zo op, dat negatief of opvliegend gedrag vertoond wordt, waarbij je niets van bewogenheid merkt. Verongelijkt gedrag, dat is actueel in onze tijd.

Uitgebroken schapen, waar de politie de handen aan vol had

Hoe ga je daar mee om? Vriendelijk laten merken, dat Jezus bewogen is met mensen ook als zij leven als een kudde schapen zonder herder.

En de Geest van Christus is de Heilige Geest, die ons inspireert tot liefde, geduld, zachtmoedigheid, vriendelijkheid, geloof en hulpvaardigheid.

Aan de vruchten kent men de boom. Dat gaat over de indruk die anderen van je krijgen. Daar kun je best wat aan doen. En jij weet voor jezelf: het fundament van mij ben ik niet zelf, maar dat is Christus!

Ds. Wim Scheltens