Vindplaats van heil, schuilplaats in de wildernis, huis waarin uw vrede is…

Nadenken over de kerk kan geen kwaad. Het gaat niet zomaar goed met de kerk, zeker in het geheel van ons land en in West-Europa.

Prof. Smalhout was in zijn column in de Telegraaf knorrig over het heersende “intellectueel atheïsme”. Onze hele samenleving is doortrokken van een tendens waarin religie wordt afgedaan als primitief en achterhaald. Tegelijk is spiritualiteit van allerlei slag in trek. Smalhout vond ‘t maar niks, dat de mediawoordvoerster Fadime Őrgu (VVD) de omroepen van levensbeschouwelijke zendgemachtigden zonder leden wil afschaffen.

In de tegenwind van dit klimaat houdt de kerk de lofzang gaande. De kerk is er, omdat Jezus er is.
En Luther zei mooi, dat je de kerk het beste herkent, als je over de schouder van de Goede Herder kijkt en ziet, hoe Jezus verloren schapen draagt. Het gaat om relatie met Christus. En zo ontstaat de gedachte, dat de kerk ‘vindplaats van heil’ is. Dat is een mooie omschrijving. Niet echt pretentieus, wel de kern aanwijzend:

1. Daar hoor je en beleef je het Evangelie van Christus.
2. Daar ontstaat een gemeenschap van mensen die op elkaar kunnen terugvallen.
3. De vindplaats van heil is er ook voor hen die niet bij de gemeente horen.
4. De gemeente schiet altijd tekort.
5. De gemeente is niet ideaal en blijft toch gemeente van Jezus Christus.
6. De Heer is met zijn gemeente.

In haar boekje Kerk naar buiten geeft Nynke Dijkstra-Algra een mooi citaat van Diognetus (2de eeuw na Christus):

Christenen vallen niet op door hun nationaliteit, taal of gewoonten, ze wonen niet in aparte steden, spreken geen vreemd dialect, volgen geen bizarre gewoonten,. Ze volgen gewoon de gewoonten van de steden en de streek waar ze toevallig wonen. En toch is er iets buitengewoons aan hun leven. Ze wonen in hun land alsof ze er tijdelijk zijn. Ze vervullen hun rol als burgers, maar ze hebben last van dezelfde beperkingen als vreemdelingen. Ieder land kan hun vaderland zijn, maar waar ze ook zijn, ze het is vreemd land voor hen.

In dat boekje wordt ook gezegd, dat onder de huidige omstandigheden de kerk zal krimpen, dat we kleiner worden en dat we iets nieuw moeten durven beginnen om het tij te proberen te keren. Niet gewaagd en is niet gewonnen.

Ze richt zich vooral op twee groepen: de jeugd en de rand- en buitenkerkelijken. Daar zit een nieuwe uitdaging in: missionair kerk-zijn, kerk met een boodschap en ook de wil om mensen (weer) te bereiken.

Laatst zei iemand tegen mij: De nieuwe Protestantse Kerk in Nederland is nog niet geworden wat de bedoeling was: een inspirerend geheel en ik vraag me af, of die kerk dat ooit wordt.

Dat is een hele uitspraak. Ik blijf er maar bij, dat de kerk met fouten en tekortkomingen de gemeente van Christus is en blijft. Vindplaats van heil bij de Goede Herder die verloren schapen draagt.

Schuilplaats in de wildernis van het intellectueel atheïsme. Huis waarin uw vrede is en waar we tot eer van God samen zijn. Het project dat kerk heet blijft de moeite waard.

Ds. Scheltens