Vrijheid besef je pas , als je ook weet van gebrek aan vrijheid

Het was weer 4 mei en 5 mei en dat gaat ieder jaar maar door. Hoe lang nog? Dat vroeg iemand laatst aan me. Moeten
we niet moderner worden en die 4 mei en 5 mei op laten gaan in een dag van de vrijheid.

Daarover heb ik wat nagedacht. Er verschijnen nog steeds en in toenemende mate boeken over ervaringen van mensen uit de tijd van de Tweede Wereldoorlog. Het lijkt wel, of mensen nu nog hun herinneringen kwijt willen of nu pas hun verhalen kunnen vertellen.

Gezondheid besef je pas goed als je ziek bent geweest. Vrijheid besef je pas echt, als weet wat het is om niet in vrijheid te leven. Voor mij is de samenhang van 4 en 5 mei wezenlijk. Eerst herdenken en dan vieren. Als het herdenken wegvalt, ontvalt de basis voor het vieren.

In Israël leert men dat van jongs af aan. Bedenk wat het is om slaaf te zijn en bedenk wat het is om door God bevrijd te worden
uit het diensthuis. Die twee (slaaf zijn en bevrijd worden) behoren bij elkaar anders ontvalt de basis voor de bezinning.

De onvrijheid van het Nazisme heeft veel aspecten. Daarom hecht ik eraan, dat we op 4 mei daar bij stil staan, zodat we weten waarom we 2 minuten stil zijn en aan wie of over wat we dan kunnen denken. Bijvoorbeeld: dat helpen van Joden met de dood bestraft is; of dat het geweten een duivelse uitvinding van Joden zou zijn. En wat wij tegenover dit verderfelijke Nazisme
kunnen stellen.

U bent toch niet vrij geworden om ongehoorzaam aan uw roeping te kunnen zijn, stelt Paulus zeer ter zake (zie Galaten 5: 1,13).

Kijk, voor zulke bezinning is de vierde mei. En voor dankbaarheid aan mensen die hun vrijheid hebben benut om tegengas te geven en mensen te helpen. Om te koesteren wat gekregen vrijheid  mag zijn, daarvoor is de vijfde mei heel geschikt.

Ds.  Wim J.W. Scheltens