Wereld-diaconaat

Op deze zondag is er aandacht voor wereld-brede dienstbaarheid. Dat is en uitvinding van de 20ste eeuw. Toch is de geestelijke achtergrond heel lang al in de kerk aanwezig: missie en zending komen daaruit voort.

Calvijn zegt: “Barmhartigheid is niets anders dan een smart die wij ervaren vanwege de droefheid van een ander”. Ik vind dat sterk gezegd!

Nu is het jaarverslag 2002 van het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap uitgekomen. Daarin staat iets opmerkelijks. Er is grimmigheid toegenomen met aanvallen op hen, die in uiterlijk kenbaarheid joods zijn: met keppel, hoed, baard. Er wordt nageroepen, uitgescholden, staande gehouden, bespuwd, belaagd, vanwege het feit dat ze joods zijn.

Wie in die belemmering nogal eens actief zijn, zijn vaak enkele jongeren van Arabische afkomst. Het probleem van het Midden-Oosten komt zo dichterbij. In Amsterdam zijn er leerkrachten die op school niet meer over de Jodenvervolging in ‘40-‘45 praten. Het roept teveel weerstand op.

En dan zegt Calvijn: barmhartigheid is smart vanwege de droefheid van een ander. Zeg niet, dat dat simpel is. Elie Wiesel wijst erop, dat er in de oorlog van ‘40-‘45 drie rollen waren: de rol van moordenaar, slachtoffer en van toeschouwer. Zonder al die toeschouwers, die zich onverschillig hielden, hadden de moordenaars niet zoveel slachtoffers kunnen maken…

Barmhartigheid is verdriet om het verdriet van de ander. Zou die barmhartigheid nog bestaan?

Barmhartigheid is ruim zijn binnen de grenzen van het Evangelie. Deze week hebben we kunnen leren: je mag veel in Nederland, maar jokken tegen de koningin en de minister-president, mag niet. Omdat er ook zo iets is als eerlijkheid, oprechtheid en rechtvaardigheid. Het punt is niet, dat je fouten gemaakt hebt, het punt is, dat je je fouten niet moet verdoezelen, maar aangeven dat je vergeving nodig hebt. Wat je onder het tapijt verstopt, komt plotseling te voorschijn als de boel gaat schuiven. Vergeving werkt ook bij verdriet van de ander beter dan bij onverschilligheid.

Dat soort verbanden wordt duidelijk, wanneer je de wereld dienstbaar aanlegt tegen het licht van Gods genade. Dat is werelddiaconaat, dat je de dienst van de verheldering verbindt aan de dienst van concrete hulpvaardigheid. Zou die roeping nog weerklank vinden. Ik ben wel ‘s somber.

Ds. Scheltens