Aardbeving, tsunami, het aller-verdrietigste in Oss en Israëlzondag

Het dodental door de aardbeving en tsunami van vorige week vrijdag op het Indonesische eiland Sulawesi is opgelopen naar 1.558. Zo meldt het Indonesische rampencentrum op vrijdag 5 oktober 2018. 

Sulawesi

We staan machteloos tegen dit natuurgeweld. Een man waarschuwt al roepende, maar mensen weten niet wat hen overkomt en waar ze kunnen schuilen. Lantaarnpalen knakken als luciferstokjes en auto’s vliegen door de lucht.

En wat denkt u van het verbijsterende ongeval op die spoorwegovergang in Oss?

In zijn column in NRC van 22 september schreef Youp van ’t Hek: 

”Ook na zoiets verschrikkelijk verdrietigs als Oss. Laten we het stil houden en zacht bidden voor die gewonde juf en die kinderen en hun families en voor de machinist en … En als je niet in bidden gelooft, mag je duimen.”

Ik moest nog eens lezen of ik het goed zag: Youp heeft het eerst over bidden.
En plan B is: duimen. 

Het allerergste maakt stil en maakt misschien zelfs wel ruimte voor gebed. Om met het allerergste naar het allerhoogste adres te gaan.

Sulawesi

Ik heb een vriend, die mij telefonisch regelmatig bestookt met vragen als deze: hoe kun jij daar nou met je geloof mee omgaan met die allerergste dingen. Hij gaat verder en zegt: mijn kinderen zeggen na Oss en na zo’n tsunami: zie je wel, pa, God bestaat niet. Op Sulawesi zijn mensen in een kerk gaan bidden tegen de tsunami en die werden allemaal verzwolgen. Zegt die zoon tegen zijn pa: zie je wel, pa, dat God niet bestaat. En wat zou jij dan zeggen?, zo vraagt mijn vriend dan.

Daar weet ik zo geen klip en klaar antwoord op te geven. Ik zeg: gaandeweg in een gebed of in een preek kom ik wel ergens mee, maar in een gesprek weet ik dat niet zo goed te verwoorden. Mag je ook nog eens overrompeld zijn door het allerergste? Stel je voor, dat je over dat erge zomaar een klip en klaar antwoord op de plank hebt liggen. Dat kan toch niet!

Er ligt een weekblad voor mij en de voorplaat is foto van een lieve jonge dame, die al weduwe is en twee jonge tieners alleen op moet voeden. Onder die foto staat haar eigen antwoord: “God helpt om door te gaan”. Ze werkt voor Kerk in Actie in Jeruzalem. In januari 2018 heb ik haar in het kader van de permanente educatie ontmoet. Zij beleeft daar veel.

En dat kan, omdat we zoals Paulus zegt in Efeziërs 3: 5,6 iets heel bijzonders mogen meemaken: “Het is onder vorige generaties niet aan de mensen onthuld, maar nu door de Geest geopenbaard aan zijn heilige apostelen en profeten: de heidenen delen door Christus Jezus ook in de erfenis, maken deel uit van hetzelfde lichaam en hebben ook deel aan de belofte, op grond van het evangelie.”

Paulus zegt nog iets opmerkelijks: “God heeft mij de taak toevertrouwd om de genade door te geven die mij met het oog op u geschonken is.” (Efeziërs 3: 2)

Dat schept onherroepelijk een bijzondere band en dat is ook het geheim van Kerk in verbondenheid met Israël: we krijgen deel aan de belofte, dat God ons zegenen wil en kracht wil geven om moeilijke tijden door te komen. Dat staat zo kostelijk in de Psalmen, dat je je een weg baant al zingend, huilend, worstelend, gelovend en soms met tranen vol, zodat je de tekst nauwelijks meer kunt lezen, maar dat je toch verwachtingsvol kunt blijven…

Dat je in de genade mag delen, dat de genade daartoe zelfs bedoeld is, dat ook jij daarin mag delen. Genade komt naar je toe en komt niet uit jezelf. Je hoeft jouw plek niet te bevechten, je komt in een ruimte vol weldadigheid, die jou gegund wordt.

Dat leer je als je de parmantigheid voorbij bent en de openheid hebt gekregen voor wat ook jou mag bereiken. Plan A is bidden en plan B is duimen; zo gaat het voort.

Ds. Wim Scheltens