Balfour-verklaring 100 jaar

 

Op donderdag 2 november 1917 is het honderd jaar geleden dat de toenmalig minister van Buitenlandse Zaken van Groot Brittannië,  Arthur James Balfour, de zgn. Balfour-verklaring ontwierp. Later werd hij premier in Londen. Deze verklaring wordt gezien als een groen licht voor de beweging die uitloopt op de stichting van de staat Israël.

 

Arthur James Balfour

In de Nederlandse vertaling luidt de (korte) verklaring aan Lord Rothschild, een leider van de Joodse gemeenschap in Groot-Brittannië:

“Zijne Majesteits Regering staat welwillend tegenover de vestiging in Palestina van een nationaal tehuis voor het Joodse volk, en zal haar beste krachten aanwenden de verwezenlijking van dit doel te bevorderen, waarbij het duidelijk moet zijn dat niets zal worden ondernomen dat de burgerlijke en godsdienstige rechten van niet-Joodse gemeenschappen in Palestina zou kunnen aantasten, of de rechten en de politieke status die Joden genieten in enig ander land.”

Opvallend is de uitdrukking: “een nationaal tehuis voor het Joodse volk”.

Er wordt nog niet gesproken over een Joodse staat.

Er wordt in deze compacte verklaring gedacht aan de rechten van de niet-Joodse gemeenschappen in Palestina en ook aan de positie van Joden in andere landen.

Met wilde geen antisemitische reacties uitlokken.

Helaas is dat anders gelopen. Rondom en in de huidige staat Israël hebben veel moslims afkeer van de Joodse staat, ook al biedt die godsdienstvrijheid. En in echte moslimlanden zoals in Saoedi-Arabië en Iran is geen godsdienstvrijheid.

De Palestijnen voelen zich niet gerespecteerd. De Joodse inwoners van Israël willen zich niet zee in laten drijven: na de Holocaust in de Tweede Wereldoorlog is er een  onopgeefbare zelfverdediging. En daar heb je het conflict tot op de huidige dag.

Het Holland-Koor is uitgenodigd om in de Royal Albert Hall te zingen met medewerking van o.a. het Londen Symphony Orchestra o.l.v. Jan Quintus Zwart. Dat zal dinsdag 7 november zijn ter gelegenheid van 100 jaar Balfourverklaring.

 

De Royal Albert Hall

Wat kunnen we nu met die Balfour-verklaring?

In die verklaring worden onmogelijke wensen geformuleerd, die uitgaan van respect en naastenliefde.

Dat is ‘kool en geit sparen’. Terwijl de ene partij zich een machteloze speelbal vindt (de Palestijnen) en de ander partij een getergd volk is, dat nu eindelijk wil overleven na alle ellende van vernederingen en massavernietiging (de Joden).
Iedereen staat op zijn eigen rechten.

Aanvaarding van elkaar en de balans tussen rechten en plichten zijn ver te zoeken.

Werken aan verzoening wordt door de ene partij warmer beleefd dan door de andere partij. Diplomatieke actie is na meer dan 70 jaar op niets uitgelopen.

Is het te simpel om te luisteren naar Jezus, die zegt: Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen (Matteüs 5: 44)?

 

Of is het de moeite waard om deze uitspraak van Jezus meer bekendheid te geven en te verkennen, hoe dat in zijn werk kan gaan? Dat betekent, dat je de ander ziet staan en dat je samen voor het aangezicht van God staat.

Is dat te simpel? Of is dat juist verstrekkend, ongewoon en oplossingsgericht?

Soms kan een simpele openingszet zorgen voor een veelbelovend begin van een langer en moeizaam traject. Daar geeft de Bijbel in de Bergrede van Jezus een krachtig pleidooi voor met de oproep: ‘zoek eerst het koninkrijk van God en de rest zal u bovendien geschonken worden’. Daar is geloof, vertrouwen en gebed voor nodig. Daar hebben we in de kerk ervaring mee. Laten we dat maar niet ongebruikt laten, als we deze dagen horen over 100 jaar Belfour.

Ds. Scheltens