Bij de viering van het avondmaal

Ook deze zondag vieren we in Lunteren met alle kerken avondmaal. De tafel van de Heer staat klaar – “Komt, want alle dingen zijn gereed!”. Dat klinkt al eeuwen.

En al eeuwen lang voegen eenvoudige mensen zich in dat spoor, dat de Heer begon op de avond voor zijn verraad. Daarom draagt het Heilig Avondmaal altijd iets van die weemoed, dat Jezus moest lijden. Daar kun je niet omheen.

Maar het brood en de wijn wijzen op levendige blijdschap: proviand voor onderweg – we verhongeren niet en komen niet om van de dorst: we zijn pelgrims op reis naar onze bestemming, die zeker is.
Dat is ook de toon die bij het avondmaal hoort. We belijden dit mooie altijd in een aangevochten situatie. Want het leven is kwetsbaar en het kan zo maar mis gaan met onze gezondheid. Dat weet je van jezelf of via een ander. We zijn onderweg en we weten niet hoelang onze aardse loopbaan gaan zal.

Maar Paulus wijst op de lauwerkrans die op naam staat van Christus, maar die voor ons gereed ligt. Dat is de verhouding: Christus verwierf en biedt uit genade zijn verworvenheid aan ons aan. Hij houdt het niet aan Zichzelf. En daarvan leert de diaconie: wat we hebben moet niet aan ons zelf alleen toekomen: de nood der wereld, dichtbij en veraf vraagt onze aandacht. U weet toch, dat het diaconaat ontspringt aan de avondmaalstafel. Daarom is het mooi dat we bij de viering van het avondmaal een diaken erbij krijgen: ja tegen de levende Heer, dienaar van ons allen. Dat ja-woord mag ons ja-handelen stimuleren.

Ds. Scheltens