“Dat zoveel mensen ‘verloren gaan’ – dat kan ik mij niet voorstellen!”

Op 1e Pinksterdag 2019 hebben we ook gasten gehad tijdens de openluchtdienst.

Dat waren soms mensen van dichtbij en soms uit het Westen, zoals uit Krimpen aan de IJssel en Vlaardingen.

Van één van hen kreeg ik een vriendelijk mailtje met een indringende vraag.

Dat ik geen onbekende voor hen ben, omdat ik daar wel eens voorga en dat ze de verkondiging steeds inspirerend vinden en dat het leerzaam en ontspannen is, zoals ik  de Schrift uitleg.

Zo’n vriendelijke mailtje met waardering is wel eens aardig, eerlijk gezegd. 

Maar nu komt de indringende en klemmende vraag: “Twee gehuwde kinderen met kleinkinderen geloven  niet meer; maar ik kan me niet voorstellen dat zij

“verloren “zouden gaan. En in het verlengde daarvan: al die mensen die het Christendom niet aanhangen en dagelijks zo bezig zijn met het geloof. 

Ik blijf zitten met die klemmende vraag: toch behouden of niet?”

Dat is een hele vraag. 

Ga er maar aan staan, zou ik zeggen.

Toch is dit een heel punt.

Ik weet van mensen die dat juist het minne van het christelijk geloof vinden: als je erbij hoort, dan zit je goed en als je er niet bij hoort, denken ze in de kerk, dat je er aan gaat.

Wacht even: is dat nu juist niet het sterke punt van de Reformatie, dat je los van de kerk rechtstreeks in contact kunt komen met God: coram Deo noemde Luther dat: voor het aangezicht van God – rechtstreeks, zonder bemiddeling van kerk of priester.

Als je er wel bij wil horen, bij het leven tot in eeuwigheid, kun je jouw eigen handen vouwen en vragen aan God ,of je erbij mag horen. En nee verkopen, doet God niet. Dat heet nu precies ‘genade’.

Johannes noemt (in 16:11) oordeel in één verband met de veroordeling van de heerser over deze wereld – en dat is de boze.

Johannes noemt (in 3:18) niet de Wereldrechter in zijn hemelse heerlijkheid, maar de in de wereld neergedaalde Zoon, die blijft uitgaan om te werven met de liefde van God, nu nog met geen ander doel dan te wereld te behouden, ook degene die in de wereld in Hem niet geloven, zie Johannes 5:34 ‘maar Ik zeg dit om u te redden.”.

 

Deze wijsheid heb ik uit het commentaar van H.N. Ridderbos, Het Evangelie naar Johannes, deel 1.

Koning Willem-Alexander heeft woensdag 19 juni 2019 museum

De Lakenhal officieel heropend.

De trots van de Lakenhal is het drieluik ‘Het Laatste Oordeel’ van Lucas van Leyden uit 1526-1527,

hier in beeld.

Mijn vragensteller gaat heel duidelijk over Johannes 3 : 18  “wie niet in Hem

gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet wilde geloven in de naam van Gods enige zoon.”

En hij vraagt zich af: de Joden bidden en lezen de Schriften, maar willen niet geloven in Jezus als Messias. Maar daarom hoeven de Joden toch niet verloren te gaan?

En de wereldgodsdiensten, die zijn toch ook met geloof bezig – gaan al die mensen van die andere godsdiensten dan verloren?

Mijn antwoord is: ‘is al geoordeeld’, wil ook zeggen: de waardering van ongeloof blijft niet  onhelder!  Ongeloof is niet goed in de ogen van God. Dat kun je op voorhand al zeggen.

En vervolgens is er de geloofshouding van dienstbare bewogenheid met iedereen. Die geloofsbeleving laat met de Geestkracht van de Geest merken: als het niet goed is in de ogen van God, dan zou het beter zijn, dat je dat overneemt van God en dat het ook niet langer goed in jouw ogen laat zijn.

 

Dan gaat het om de getuigende kracht van het oordeel.

Oordeel is in de Bijbel een proces van wegen en recht zetten.

Oordeel in de rechtbank of in de examencommissie is heel wat anders.

De rechtbank verklaart je schuldig of onschuldig.

De examencommissie verklaart je geslaagd of niet geslaagd.

Maar het oordeel in de Bijbel heeft dus meer te maken met recht doen en recht zetten, goed maken wat kwaad is.

Die dingen kunnen we beter maar niet verwarren.

 

Zou dit antwoord helpen?

Ik kan natuurlijk geen laatste woord spreken over mensen die niet geloven of anders geloven dan in Jezus als Messias. Ik ben geen rechter, en al helemaal niet een hemelse rechter. Dat moeten we echt aan God overlaten.

Wat ik wel een mooie gedachte vind: een kind van veel gebed kan niet verloren gaan. Maar niemand gaat er over, alleen God. En God maakt zijn liefde voor de wereld via zijn Zoon en door de dood heen kenbaar aan ons. Paulus jubelt: niets kan mij scheiden van de liefde van God, welke is in Christus Jezus (Romeinen 8: 39).

En ouders van kinderen en grootouders van kleinkinderen, die niet (meer) geloven, zou ik willen aanraden: laat ze niet vallen, houd ze vast, zoals de hemelse Vader zijn volk niet laat vallen en vasthoudt. Hij is getrouw en ontrouw worden kan Hij niet!

In de binnenkamer kun je af en toe heel duidelijk zeggen tegen God: Heer, ontferm U, over hen die U verlaten, ach, wil hen niet verlaten.

Aan zo’n gebed kun je aflezen, dat jij niemand verloren wil laten gaan. 

Dat zegt wel wat en zo’n gebed komt in de hemel heus wel binnen.

 

Ds. Wim Scheltens