De Bijbel op school

 

Op maandag 11 september 2017 is een onderzoek gepubliceerd naar Bijbelgebruik in het Protestants-christelijk onderwijs: ‘De Bijbel op school’.

Tja, wat gebeurt er op de christelijke school? Goed, dat daar een onderzoek naar is gedaan. Ik ben zo vrij geweest in dat onderzoek wat te grasduinen.

Zo ontdekte ik, dat ze zes basisscholen en zes scholen voor voortgezet onderwijs hebben uitgezocht, allemaal uit Utrecht, Gelderland, ‘t Gooi en Amsterdam. Dat noemen ze representatief. Ze, dat zijn Corina Nagel-Herweijer en dr. Elsbeth Visser-Vogel. Zij voerden het onderzoek uit namens de Protestantse Theologische Universiteit en de Christelijke Hogeschool Ede. Ik houd ook van geografische spreiding, maar goed.

Wat blijkt? Soms weten de leerkrachten niet zo goed wat ze met de Bijbel aan moeten. En soms tonen leerlingen zich helemaal niet geïnteresseerd.

Leraren zeggen ook kennis en vaardigheden te missen, vooral om het gesprek met leerlingen te voeren en hen in staat te stellen zelf de betekenis van de Bijbel te ontdekken.

Psalm 111 is een psalm over de vreze des Heren (vreze is geen angst, maar ontzag en eerbied). Die psalm is in de loop der geschiedenis in ons land betrokken op christelijk onderwijs. Die psalm begint er mee, dat de grote daden van God kunt onderzoeken. Alleen, dan moet er wel liefde in het spel zijn voor die grote daden. Voorafgaande aan de ontdekking van Gods grote daden gaat het loven van God “van ganser harte”. Dat is een invalshoek, waarvan Luther zegt: het is een hele kunst om dat zo te doen, een kunst zelfs van de Heilige Geest.

Christelijk onderwijs is open en divers geworden. Zou die kunstige aanpak vanuit “van ganser harte” niet meer ontwikkeld kunnen worden? Zomaar een  vraag tussendoor bij het bekijken van dit belangrijke rapport.

 

Want de Bijbel blijft een bijzonder boek met 66 boekjes erin.

Het onderzoek schetst een gevarieerd beeld. Zo wordt de Bijbel gewoon gelezen bij de dagopeningen. En ook bij het vak godsdienst of levensbeschouwing en bij vieringen.

Soms is Bijbelgebruik indirect terug te zien in de kernwaarden die scholen aan de Bijbel ontlenen en de manier waarop leidinggevenden en leraren zich in hun dagelijks handelen door de Bijbel laten inspireren.

Leraren vertelden over openhartige gesprekken met hun leerlingen naar aanleiding van een Bijbelgedeelte. Leidinggevenden vertelden hoe de Bijbel hen inspireert bij het creëren van een veilig werk- en leerklimaat voor hun docenten en leerlingen.

Veel ondervraagde leraren en leidinggevenden ervaren het als een probleem dat heel wat leerlingen en collega’s de relevantie van de Bijbel niet bij voorbaat inzien. (Dat heeft ook te maken met het toelatingsbeleid van leraren en leerlingen.)

Veel leraren worstelen met gebrek aan interesse bij hun leerlingen.

Schoolleiders vragen zich soms af, hoe zij bij een deel van hun leraren de waarde van de Bijbel voor het onderwijs voor het voetlicht kunnen brengen. Het onderliggende probleem zou echter wel eens kunnen zijn dat de Bijbel voor leraren en schoolleiders zelf niet relevant is, of juist té vertrouwd en vanzelfsprekend.

In dit onderzoek wordt de gedachte geopperd om de Bijbel te zien als een vreemd boek dat schuurt met wat vertrouwd en vanzelfsprekend is. En dat je steeds opnieuw de betekenis moet ontdekken.

Zo hopen de onderzoekers bij leerlingen en collega’s nieuwe ingangen te vinden.

Ook door de Bijbel niet alleen te zien als een geloofsboek. Want de Bijbel is ook een cultuurboek dat helpt om de cultuur te verstaan. De Bijbel is ook een wijsheids- of levensboek , “waaraan wij onze ervaringen kunnen spiegelen en waardoor wij ons kunnen laten inspireren als zinzoekend wezen. Elk van deze ingangen kan het relevantiebesef van leraren en leerlingen voor de Bijbel vergroten”, aldus de onderzoekers.

De Bijbel gaat mee als bagage door het leven

Het poneren van een waarheidsclaim op grond van de Bijbel wordt vandaag de dag al snel als indoctrinatie gezien. Terwijl dat de bedoeling  niet is. Bij veel scholen is te merken, dat er gebalanceerd moet worden tussen de groep die vindt dat de Bijbel te veel aan bod komt met aan de andere kant de groep die vindt dat de Bijbel te weinig gebruikt wordt.

De eigen identiteit vormt regelmatig een uitdaging. Vooral speelt dit, als men zelf autoriteit toekent aan de Bijbel en vanuit deze overtuiging ook een boodschap willen overdragen, maar zich hierin geremd voelen door de leerlingenpopulatie. Aan de ene kant willen zij hun geloof niet verloochenen, en aan de andere kant willen zij respectvol met hun leerlingen omgaan.

Wat ik mooi vind in het onderzoek, is dit: bij het Bijbellezen is niet meer de vraag “Wat betekent dit voor je?” het eerste, maar de vraag “Wat zie je voor je, als je dit leest?”

Als het even kan, wil ik dat ook graag: helpen bij het een voorstelling maken van wat er gebeurt in zo’n Bijbeltekst of -verhaal.

Dit onderzoek laat zien: daarbij is er nog veel werk aan de winkel!

Als het christelijk onderwijs na dit rapport hulp zoekt bij de Christelijke Hogeschool Ede en de Protestantse Universiteit, dan hoop ik, dat ze daar verder kunnen helpen. Lesmateriaal en cursussen in de permanente educatie moeten tot de mogelijkheden behoren.

Bijbellezen is je verwonderen over het feit dat er meer in de wereld is dan een hype en een broodje kaas.

Ds. Wim Scheltens