De dingen brengen voor het aangezicht van God

Aan het eind van een bezoekje deze week, vroeg ik of we samen nog zouden bidden. Meestal stel ik die vraag om niet te opdringerig te zijn.

Krijg ik als reactie een tegenvraag: daar wil ik u eens naar vragen, is dat geen sleur, dat u altijd maar moet bidden.

Die vraag schiet me te binnen, als ik op vrijdagmorgen het dagblad Trouw open sla bij het vraaggesprek met ds. Wim Jansen: ‘Eerst bidden dan geloven’.

Die volgorde valt me al meteen op.

Het gaat over zijn boekje ‘Bron in je brein’, met als ondertitel: ‘bidden tot de God in wie je niet gelooft’.

Hij wil mensen, die afscheid van het geloof hebben genomen, aanspreken.

Daarom een uitdagende titel.

Zou het helpen, vraag ik me dan weer af. Zo’n boek met zo’n titel en dan praten over bidden – dat is toch ergens met woorden of gedachten contact zoeken. En dan gaat  niet alleen om contact met jezelf maar ook met God. Maar als je God dan niet als   gesprekspartner ziet zitten? Dan toch bidden?

Jansen heeft het in zijn ondertitel over: “de God”. Niet over “een God”, ook niet over “een idee over God”. Dat betekent dat hij heel specifiek de God bedoelt, die wij kunnen kenen uit de Bijbel.

Mensen die niet meer kunnen geloven in God – gaan die dan wel praten met God?

Je moet daar toch ergens de zin van ervaren. Waarom zou je praten met iemand met wie je niets hebt? 

Jansen vindt het een gemiste kans, als mensen niet bidden omdat ze niet geloven. Bidden is voor hem verlangen, meer dan geloven.

Hij zegt in het gesprek met Trouw:  “Je hoeft toch geen bewijs te hebben dat er een adres is tot wie je je richt? Het wezen van bidden is niet het geloof, maar het verlangen.”

Bidden zonder adres? Dat lijkt me moeilijk. Ik weet wel: alles is mogelijk. En in meer dan 45 jaar betrokkenheid bij kerk en kerkenwerk weet ik heel goed, dat er van alles mogelijk is, waar je het bestaan niet van zou hebben kunnen vermoeden. Dat heeft trouwens meer met mensen en hun trouw en ontrouw te maken dan met de trouw van God.

Het vreemde is, als ik bij mezelf kijk: de trouw van God wordt steeds sterker en de trouw of ontrouw van mensen wordt steeds meer wiebelig, kwetsbaarder ook.

En zo kom ik weer uit bij die tegenvraag uit het begin van deze column: wordt het geen sleur, dat u alsmaar moet bidden?

Uit de grond van mijn hart, kan ik zeggen, dat we na een gesprek over van alles en nog wat, over mooie dingen en over moeilijke dingen, dat ik het dan als een voorrecht beschouw, dat we dit kunnen brengen voor het aangezicht van God.

Op vrijdag (!) is er gelegenheid 

om de last van je schouders 

over te brengen op het kruis

En in Taizé heb ik ook nog geleerd, dat je je zorgen en moeiten kunt brengen aan de voet van het kruis van Golgotha, waar het verzoenend werk van Christus is. Verzoening geeft opluchting, lucht – om op te ademen. 

Het bijzondere van het bidden is, dat je zonder inlogcode of wachtlijst zomaar bij de Here God Zelf terecht kunt om te bespreken wat jou bezig houdt  – in de verwachting dat het Hem ook bezig houdt. En dat schept een persoonlijke band van meer dan aardse betekenis.

Ds. Wim Scheltens