De eerste meidagen

Mooi weer is het en de bloesems staan op hun mooist. Nu het voorjaar wat traag op gang komt, zie je de verschillende kleuren groen van de bomen naast elkaar en de pracht van de bloesems is een streling voor het oog. Ieder jaar, als we stil zijn op 4 mei, zien we die bloesem. De natuur is uitbundig en de sfeer is verstild.

Toen op 12 mei 1940 was de oorlog drie dagen bezig en het werd Pinksterzondag.

Hoe vier je dan het feest van de Geest?

Ik zou het niet zo goed weten, eerlijk gezegd.

De verschrikkingen, angst en onzekerheid en de grote gevaren overweldigen je dan.

Wat zal de toekomst brengen?

En juist zo kom je bij de zangregels van Jacqueline van der Waals: ‘mij geleidt des Heren hand’. Zou je dat kunnen zeggen in die spannende tijd?

“God, help mijn vrouw en kinderen! Ik kom wel terecht.”, zo citeert Yge Foppema in verzetspoëzie een met potlood geschreven boodschap op de binnenkant van een celdeur in Haagse Binnenhof uit de oorlogstijd.

‘Vergeten leidt tot ballingschap, gedenken leidt tot bevrijding, zei de Joodse chassied Baal Sjem Tov (de heer van de goede naam). Verwondering past daarbij heel goed.

Met die bagage mogen we op weg gaan naar het Pinksterfeest, waarop God royaal uitdeelt van de Heilige Geest.

Coumn 20160506.1

Thomas Erdbrink is een Nederlandse journalist in Teheran (Iran)

en werkt voor  The New York Times en de Volkskrant

 

In de 5 mei-lezing 2016 zegt Thomas Erdbrink in Groningen: “Wat mij van de verhalen over de oorlog het meest is bijgebleven, is hoe onzekerheid verdeeldheid met zich meebrengt. Dat je niet weet of je buurvrouw, je collega of die vreemdeling in de bus te vertrouwen is. Dat argwaan je opvreet. Dat jezelf afsluiten en van de zijlijn toekijken de enige optie wordt om te overleven.”

Dat is misschien wel heel raak gezegd: wantrouwen vernielt  verhoudingen.

Maar een nog groter punt  vind ik: dat jouw identiteit, wie je bent, voorwerp wordt van veroordeling – dat je er niet meer mag zijn om wie je bent.

Dat is de verderfelijke gedachtegang van Hitler geweest.

Wie het recht in handen durft te nemen om te bepalen of iemand mag leven of niet, gaat een grens over en speelt voor godheid.

En God spelen is precies wat een mens niet behoort te doen. De mens moet zichzelf zijn en als het even kan de oren spitsen en het hart openstellen voor de goede krachten in Gods schepping. Daarbij behoort de Heilige Geest.

Zoals een dominee in december 1940 zei: “Daarom mag een christen de Ariërparagraaf niet ondertekenen, omdat hierbij onderscheid wordt gemaakt tussen Jood en niet-Jood, waarbij de eerste als mindere mens wordt aangemerkt, terwijl toch voor Christus noch Jood noch Griek bestaat.”.

Column 20160506.2

Het feit dat je leeft, is een feit dankzij Gods scheppingsvreugde.

Dat het Pinksteren wordt, geeft aan, dat God nog lang niet uitgekeken is op de mens.

En juist omdat mensen goed en fout kunnen handelen is de Geest gekomen om ons  aan te zetten tot het goede.

Ds. Wim Scheltens