De groten en de kleinen

Niet lang geleden, vertrouwde iemand me toe na een evangelisatiedienst: ik ben zo eenvoudig, ik weet niet of God mij wel kent: daar ben ik te eenvoudig voor. En ik flap er zo uit: dat hebben we nog net gezongen in Psalm 87 over de groten en kleinen, die horen er allemaal bij. ‘Zij zullen saam, de groten en de kleinen, dansend de harpen en cimbalen slaan en
onder fluitspel in het ronde gaan, zingend: in U zijn al onze fonteinen’
.
Een mooie psalm, die psalm 87, waar God ons allemaal vanuit allerlei volken in Sion (Jeruzalem) welkom heet.

Het is een mooie psalm voor zondag: Israël-zondag!

Tegenwoordig hoor je veel one-liners, die de situatie van Israël en de situatie in het Midden-Oosten beslist geen recht doen.
Bidt om de vrede van Jeruzalem, dat is het parool voor zondag a.s. in de christelijke kerk. Daarom gaat daar de welkomdienst over, zondagavond! Nog even terug naar dat gesprekje. Ik weet niet, of dat ook voor mij geldt, zegt de man met een snik in zijn stem: ik ben zo eenvoudig. En ik heb nog zoveel te lijden aan die Tweede Wereldoorlog, het komt allemaal weer boven. Ik sta even met de mond vol tanden. Even daarvoor had hij me gezegd, dat ik zo mooi die psalm 139 had gelezen: ‘als de mooiste poëzie, zo hebt u die gelezen’, zei hij. Ik zeg: het is ook mooie poëzie, maar de inhoud is zo mooi. God kent ons dieper dan we ons zelf kennen en Hij legt zijn hand op mij. En die poëzie van David legt hij de mensen in de mond om te beseffen, dat God ons niet te min vindt: Hij heeft aandacht voor ons.

Dat is misschien wel een van de mooiste trekken van de Bijbel, dat God niet alleen kijkt naar de schittering van opvallende prestaties, maar ook liefde heeft voor de eenvoud. Geloofsgoed uit Israël, denk ik dan in mijn achterhoofd. Niet alleen wat veel waard is, wie opvalt in de media, maar ook iemand die eenvoudig is, telt mee. Jezus laat in zijn gelijkenis over de talenten zien, hoe drie knechten niet hetzelfde krijgen of zijn. Die talenten zijn eigenlijk zakken geld. De één heeft meer in zijn of haar mars dan de ander. Zo is het leven. Als je je kunt voegen in wat je wel en niet aankunt en niet aldoor verder springt dan je polsstok lang is, dan is dat de deugd van de eenvoud.

Ds. Scheltens

P.S.: iedere zaterdag hoop ik voor onze website een column te schrijven.