De waarde van de genade

Zondag vieren we het Heilige Avondmaal.

Voor brood en wijn (of druivensap) wordt gezorgd.

Dat zijn de stille getuigen van een gebeuren, waarin geschiedenis en heden samenvallen. Wat gebeurd is, is gebeurd om steeds weer te laten gebeuren.

Dat is het geheim van de gedachtenis: je haalt iets naar voren. Je denkt aan wat was om te ervaren hoe is iets is en zijn zal. 

Herinnering is je verplaatsten naar de tijd van toen. Zoals je in een fotoalbum de foto’s van je grootouders toen ze klein waren kunt zien. En dan kun je kijken of je daar een gevoel van verbondenheid, vertedering  of juist van vervreemding kunt krijgen. De mode van vroeger is soms zo anders. Ik herinner mij mijn oma in een grote strandstoel van riet, geheel gekleed. Alsof een oma niet in een badpak past.

Strandgezicht van Scheveningen (1910)

Mooie en goede herinneringen zijn goud waard.

Sommige misdadigers kunnen de oorzaak van hun wangedrag parkeren bij een slechte jeugd met verwaarlozing door de ouders, die er al niet waren. 

Ik heb die mogelijkheid niet: ik heb een goede jeugd gehad.

Dat is niet vanzelfsprekend.

Als ik achterom kijk, zie en herinner ik mij schrijnende situaties van mensen uit hun jeugd, waar ze hun hele leven niet uitkomen. 

Wat bij het avondmaal gebeurt, is niet herinneren, maar gedenken.

Doe dit tot mijn gedachtenis, zegt Jezus – niet alleen om Mij te herinneren, maar om met Mij om te gaan.

Dat je de dingen die gebeurd zijn tot in het heden ziet doorwerken.

Zoals in een archief, waar je de archiefkasten naar voren kunt trekken.

Mobiele archiefkasten

Je haalt de documenten en geschiedenis naar je toe.

Dat is gedenken.

Je verplaatst je niet naar toen. 

Maar je haalt dingen van toen naar hier en nu.

En wat krijg je dan in het hier en nu bij het avondmaal?

Dat je je thuis mag voelen in het Koninkrijk van God, in de sfeer van liefde en genade, in de sfeer: je wordt gekend en bemind en je hoort erbij. Want Jezus wil ook jou het brood geven van liefde en genade, van verzoening en verlossing.

Avondmaalstafel in de Kerk op het Begijnhof in Amsterdam:  “This do in Remembrance of Me”.

Wie van dat brood eet, zegt Jezus, zal levenslang niet meer hongeren.

Dat moet wel meer betekenen, dan dat je geen bakker meer nodig hebt.

Bedoeld zal zijn: je zult niet meer hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want je heb het al. De gerechtigheid van Gods Koninkrijk geldt al voor jou.

En die gerechtigheid kent het geheim van liefdevolle genade.

Tot mijn verrassing is in het Kamerdebat over de corona en de paparazzifoto’s van het huwelijk van de minister van Justitie dat woord genade ook gebruikt door de premier. Ik heb dat zelf niet gehoord, maar in het dagblad Trouw heeft Stevo Akkerman dat aangehaald op vrijdag 4 september 2020. Hij schrijft over premier Rutte: “Ik doe een beroep, zei hij, pleitend voor de benarde minister, ‘op Nederlandse waarden als mildheid en genade’.” Thijs Broer van Vrij Nederland signaleert dit ook – hij schrijft: “Na de snik van Ferd Grapperhaus tijdens het Kamerdebat dat hem de kop had kunnen kosten, zag Mark Rutte opeens ruimte voor ‘mildheid en genade’. De premier begint steeds meer op Ruud Lubbers te lijken.”

Is genade een Nederlandse waarde? Het is een Bijbelse waarde, die ook in Nederland mag doorwerken. Johannes de Heer zong al: “Genade Gods, zoo rijk en vrij! Die poort staat open, ook voor mij”. Daarom doen we wat Jezus zegt: doet dit tot mijn gedachtenis. Als je laat doorwerken wat Jezus ook voor jou doet, is dat: genade, rijk en vrij – met het welkom van een open poort, waar ook jij doorheen kunt.

Ds. Wim Scheltens