Een opwekkend bericht in de coronacrisis

De wereldwijde uitbraak van het coronavirus is ook onderwerp van gebed geworden.

Op de woensdagavond tussen 19 en 19.15 uur luiden met ingang van 18 maart 2020 veel kerkklokken: om de verwachting aangaande de Here God ook klank te geven.

We mogen onze zorgen en ongerustheid neerleggen in alle openheid voor het aangezicht van God. Daarbij kunnen we meteen een zegen vragen voor het vele en verantwoordelijke werk van al die mensen in de gezondheidszorg. We mogen ook bidden om vertrouwen, dat de overheid, artsen en verpleegkundigen op een goede wijze samenwerken om de gezondheid van ons allen zo goed mogelijke te dienen. 

Premier Rutte spreekt het volk toe.

Groepsimmuniteit.

Opvallend is het woord ‘groepsimmuniteit’, wat premier Rutte gebruikt heeft in zijn toespraak op 16 maart 2020. Die groepsimmuniteit is geen doel op zich. Als een groot deel van een bevolking besmet raakt, bouwt diezelfde groep antistoffen op. Zo kan het virus zich op den duur niet meer verspreiden. Dan is er groepsimmuniteit. Dan is er dus een groep die het virus niet meer oploopt en daardoor wordt het besmettingsgevaar kleiner. Uiteindelijk moet er een vaccin komen voor de hele bevolking. Experts verwachten dat zo’n vaccin niet binnen een jaar beschikbaar is. Dus hoe meer mensen een lichte vorm van die griep krijgen, hoe groter de groep is, die immuun wordt en hoe beter dat is voor kwetsbare mensen. Zo kan de veerkrachtige, gezonde mens een dienstknecht worden voor de kwetsbare mens. Neem me niet kwalijk: wat zou de kerk aan groepsimmuniteit kunnen ontwikkelen door geloof, hoop en liefde, zodat paniek en zelfzucht minder worden. 

Deskundigheid

Het valt op, hoe de regering nadruk legt op de waarde van wetenschappelijke kennis. De regering wil voor het beleid uitgaan van deskundigheid. Dat is dus wars van alle populisme met goedkope opmerkingen. Daarom zijn er ook aanpassingen in het beleid om de vinger aan de pols te houden van ontwikkelingen. Dat vind ik sterk.

Herbruikbaar mondkapje 

In het Reformatorisch Dagblad van 19 maart 2020 lees ik een bijzonder bericht.

Juist nu mondkapjes zo schaars en geliefd zijn geworden en voorwerp van diefstal en woekerwinst, is dit een opmerkelijk bericht:

Herbruikbare katoenen mondkapjes die bacteriën en virussen doden. Het is een Israëlische uitvinding die op het juiste moment in productie gaat. Uitvinder Jeff Gabbay: „Als Jood zijn we op deze wijze een zegen voor de volken.”

Jeff Gabbay ontwikkelde in zijn laboratorium in Jeruzalem 
een mondkapje dat jarenlang meekan.
(beeld RD, Albert Groothedde)

Jeff Gabbay: ”Het lijkt een gewoon katoenen mondkapje. Het doet echter meer. Behalve dat het kapje de lucht filtert, doodt het alle bacteriën en virussen. Het is jarenlang te gebruiken. Wassen mag, hoeft niet.”

In het mondkapje zijn minuscule, bewerkte koperdeeltjes (oxide van koper) in het katoen ‘geschoten’. En koperoxide doodt bacteriën en virussen. Bovendien kunnen bacteriën er niet resistent van worden. Mochten de ongewenste gasten toch door de laag CottonX dringen, dan wacht daar ook nog een zogenaamd nanofiber membraam, een soort minuscule filter. Het mondkapje was oorspronkelijk bedoeld voor patiënten die een chemokuur ondergaan. Hun weerstand is laag. De kapjes bieden bescherming tegen bacteriën en virussen. Ik lees het met verbazing.

Dit mag met recht een opwekkend bericht heten in de onheilspellende coronacrisis.

De uitvinder speelt met de gedachte, dat de Joden een zegen kunnen zijn voor de volken. Dat ontroert me. Blijkbaar is er voor die gedachte toch nog ruimte in alle verdrukking en narigheid uit hun geschiedenis en de bedreigingen in het heden.

De ziekte kan ernstige vormen aannemen, als het coronavirus gaat zitten in de longen en als er dan niet voldoende weerstand kan worden geboden, kan een zware longontsteking volgen. Daarom is bescherming door sociale afzondering zo belangrijk. Daardoor wordt het gewone leven, ook het gewone kerkelijk leven, lelijk gedwarsboomd.

Het ziet ernaar uit, dat we met Pasen gesloten kerken hebben, zodat het open graf met de weggerolde steen niet uitbundig bezongen kan worden.

Er komen ook alleraardigste initiatieven: kaarten sturen en elkaar bellen, mailen of appen. Allerlei kerken gaan creatief om met het internet via kerkdienst gemist of kerkoproep of Facebook. Zo gaan wij met meditatieve momenten aan de slag.

Tot hoelang?

Maar dat de lofzang gaande blijft en de bemoedigende omgang met elkaar – dat staat allemaal onder druk. 

Ik moet opeens denken aan de eerste leerlingen van Jezus met Pasen. 

Zij zaten achter gesloten deuren, volgens Johannes 20:19. Die deuren zijn niet zomaar dicht, ze zijn gesloten uit angst voor bedreiging, uit angst voor onheil. Wij hebben ook sociale onthouding of zelfs sociaal isolement. Dus zitten wij ook met gesloten deuren.

En wat zegt Johannes in zijn Evangelie?
Jezus komt wel binnen ondanks die angstvallig gesloten deuren!

Zou dat niet weer kenmerkend zijn voor Jezus?

Als zijn graf Hem al niet kan houden, dan kunnen onze gesloten deuren Hem toch ook niet tegenhouden? Kijk, aan die gedachte beleef ik dan weer aardigheid.

Ds. Wim Scheltens